Nr. S 08/04736 Mr. Vegter Zitting 6 juli 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)kunnen afleiden dat er tenminste tweemaal is geteeld. Dat het Hof het niet problematisch vindt om deze betrekkelijke ruime conclusie hier te trekken is in het licht van de proceshouding van verdachte goed te begrijpen. Immers uit het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg van 5 juli 2007 blijkt dat verdachte meerdere malen hennepplanten heeft gekweekt ("we hebben drie mislukte oogsten gehad. Twee keer is de oogst na twee weken mislukt, de topjes hebben we gerookt.").
- Als ik het middel goed begrijp klaagt het er ook over dat niet bewezen is dat het meermalen telen telkens 217 planten betreft. Ik neem aan dat die klacht niet geldt voor de aangetroffen 217 planten. De steller van het middel heeft gelijk als hij zegt dat niet vast staat dat het eerdere telen ook steeds 217 planten betrof. Het kan natuurlijk minder zijn geweest, maar ook meer. Erg relevant is het verschil vermoedelijk niet geweest, omdat er anders van de zijde van de verdediging wel een opmerking over zou zijn gemaakt. Wat daar ook van zij, ik meen dat het middel feitelijke grondslag mist. De tenlastelegging en bewezenverklaring behoeven immers niet zo gelezen te worden dat een eerder telen eveneens betrekking had op 217 planten. Het Hof is de vrijheid die de feitenrechter in dat opzicht heeft niet te buiten gegaan. Het eerste middel faalt mitsdien.
- Het tweede middel bevat de klacht dat Hof in strijd met het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM voor het bewijs van het bewezenverklaarde feit gebruik heeft gemaakt van de verklaring die de verdachte bij de politie aflegde zonder dat uit het dossier blijkt dat verdachte erop is gewezen dat hij het recht heeft zich bij of voorafgaand aan het verhoor te verstaan met een advocaat.
- Noch het proces-verbaal van de zitting in hoger beroep, noch de pleitnotities van de raadsman houden iets in omtrent de door het middel gestelde omstandigheid dat in het geheel geen sprake van was dat de verdachte de gelegenheid werd geboden om een advocaat te consulteren bij of voorafgaand aan het verhoor. Nu zo een verweer niet voor het eerst in cassatie kan worden gevoerd, aangezien de beoordeling daarvan een onderzoek van feitelijke aard zou vergen, is het middel tevergeefs voorgesteld.