Nr. 08/02013 Mr. Vellinga Zitting: 21 september 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)is derhalve geen sprake. Waarmee niet gezegd wil zijn dat de wijze waarop het proces-verbaal van de terechtzitting in elkaar is gestoken navolging verdient. Het tegendeel is het geval. 10. Het middel faalt. 11. Het tweede middel bevat de klacht dat het Hof ten onrechte achterwege heeft gelaten de dagvaarding nietig te verklaren nu hierin de term "onder andere" is gebezigd, welke term onvoldoende feitelijk is te achten. 12. Aan verdachte is onder 3 ten laste gelegd dat: "hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot en met 7 mei 2004 te Heerlen en/of Aken en/of Dover, althans (elders) in Nederland en/of Duitsland en/of Verenigd Koninkrijk, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid geld (betreft (een) geldbedrag(
- en)in diverse valuta, onder andere ter waarde van ongeveer 4.311.545 Britse Ponden en/of 280.545 Amerikaanse Dollars en/of 51.689 euro) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet terwijl hij, en/of zijn mededader(
- s)wist(
- en)dat bovengenoemde geldbedrag(
- en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;" 13. Het bestreden arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, in: "5. Geldigheid van de dagvaarding A1. De rechtbank heeft de inleidende dagvaarding ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde, partieel nietig verklaard, nu ten aanzien van het een gewoonte maken van witwassen de dagvaarding niet nader is verfeitelijkt. A2. In de tenlastelegging is tussen haakjes opgenomen dat het gaat om geldbedragen in diverse valuta onder andere ter waarde van ongeveer 4.311.545 Britse Ponden en/of 280.540 Amerikaanse dollars en/of 51.689 euro. Het hof overweegt in dit verband dat de tenlastelegging moet worden gelezen tegen de achtergrond van de inhoud van het strafdossier. Mede gelet hierop en gelet op het gebruik van het woord "onder andere" heeft de steller van de tenlastelegging kennelijk bedoeld aan te geven dat verdachte deze bedragen in de genoemde periode op verschillende momenten heeft verkregen. De tenlastelegging is daarmee ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde naar het oordeel van het hof voldoende feitelijk." 14. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft verdachtes raadsman zich aangesloten