Nr. 09/02288 Mr. Vellinga Zitting: 21 september 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Zou dat wel vereist zijn dan zou dit het bepaalde in art. 423 lid 3 Sv zinloos maken. Bedacht dient te worden dat deze bepaling reeds voorkwam in het Wetboek van 1926, in een tijd dat kopieerapparatuur niet voorhanden was, en overnemen van bewijsmiddelen dus veel schrijf- of typewerk kon besparen. Daarin ligt de betekenis van deze bepaling.
- Het middel faalt.
- Het tweede middel klaagt over gebreken in de motivering van de bewezenverklaring.
- Het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat zij: "ten aanzien van het meer subsidiair tenlastegelegde: in de periode van 16 december 2004 tot en met 11 januari 2006 in Nederland, uit de opbrengst van een door misdrijf verkregen geldbedrag voordeel heeft getrokken, terwijl zij redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen geldbedrag betrof immers heeft verdachte over (een deel van) dit geldbedrag beschikt en/of(een deel van) dit geldbedrag tezamen met [medeverdachte], uitgegeven, aan -onder meer-: - één of meer auto's en - een stacaravan en - een (luxe) bruiloftsfeest en - een bruidjurk met toebehoren en - een kostuum en - een (huwelijksreis naar Las Vegas en - een tasje (merk Louis Vuitton) en - een horloge en - een reis naar Euro Disney en - diverse DVD's en - diverse kledingstukken en - dagelijkse levensbehoeften."
- Het Hof heeft daartoe onder meer het volgende, uit het vonnis waarvan beroep overgenomen, bewijsmiddel gebezigd, voor zover hier van belang: "
- Proces-verbaal Een in wettelijke vorm opgemaakt en op 13 maart 2006 gesloten proces-verbaal (dossierpagina 209) van de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], werkzaam bij de politie Kennemerland, afdeling districtsrecherche, District Haarlem. Dit proces-verbaal houdt - zakelijk weergegeven - onder meer in als relaas van de verbalisant voornoemd: Op 24 februari 2006 omstreeks 09.45 uur heb ik, verbalisant, gesproken met [getuige ], assistent officemanager in het filiaal Globe Reisbureau Succes, gevestigd aan de Generaal Cronjestraat 24 te Haarlem. Uit hun geautomatiseerde systeem bleek dat [Verdachte] en [medeverdachte] tussen 1 januari 2000 en 1 januari 2006 een zestal reizen hebben geboekt bij voornoemd reisbureau. Het gaat onder meer om de volgende reizen: - bestemming: Eurodisney, 19 april 2004, vier personen, reisduur: vijf dagen; wijze van betalen: 1200,- contante aanbetaling op 14-1-2004 en 1682,73 per bank / giro op 27-2-2004 [...]."
- In de eerste plaats wordt geklaagd dat voor het bewezenverklaarde niet redengevend is dat de verdachte op 14 januari 2004 en 27 februari 2004 betalingen heeft gedaan voor een reis naar Eurodisney. Deze klacht wordt terecht voorgedragen. Bedoelde betalingen hebben immers plaatsgevonden vóór de bewezenverklaarde periode. Aan de redengevende kracht van de inhoud van de bewijsmiddelen voor het overige doet dit gebrek echter niet af zodat dit niet tot cassatie behoeft te leiden.