10/00898 Mr L. Strikwerda Parket, 1 okt. 2010 conclusie inzake
- [Verzoeker 1]
- [Verzoeker 2] Edelhoogachtbaar College,
- Het tijdig door verzoekers tot cassatie, hierna: [verzoeker] c.s., ingestelde cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 februari
- Bij dit arrest heeft het hof op het hoger beroep van [verzoeker] c.s. bekrachtigd het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 7 januari 2010, waarbij de rechtbank heeft vastgesteld dat [verzoeker] c.s. toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van een of meer uit de ten aanzien van hen bij vonnis van de rechtbank van 31 augustus 2006 van toepassing verklaarde schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, meer bepaald de sollicitatieverplichting, en daarom de "schone lei" heeft geweigerd.
- Het cassatieberoep berust op drie middelen. De in de middelen aangevoerde klachten kunnen naar mijn oordeel niet tot cassatie leiden en nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling, zodat het cassatieberoep zich leent voor verwerping met toepassing van art. 81 RO. De zaak komt daarom in aanmerking voor een verkorte conclusie.
- In de kern klagen de middelen erover dat het hof - in r.o. 5 en 6 - op ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat [verzoeker] c.s. zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun sollicitatieplicht en dat deze tekortkoming hen ook toerekenbaar is, en dat de rechtbank daarom terecht tot het oordeel is gekomen dat verlening van een schone lei niet op haar plaats is.
- De klacht dat het hof op ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat [verzoeker] c.s. zijn tekortgeschoten in hun sollicitatieplicht, is ongegrond.
- Het hof heeft - in r.o. 3 - ter beoordeling van de vraag of aan de sollicitatieplicht is voldaan als maatstaf geformuleerd dat ten minste vier maal per maand een schriftelijke sollicitatie (exclusief open sollicitaties) wordt verricht, dat de schuldenaar zich inschrijft bij het Centrum voor Werk en Inkomen en bij enkele uitzendbureaus, en dat de schuldenaar de bewindvoerder, gevraagd en ongevraagd, op de hoogte houdt van zijn sollicitatieactiviteiten door toezending van kopieën van sollicitatiebrieven en inschrijvingsbewijzen. Deze door het hof geformuleerde maatstaf is in cassatie niet bestreden.
- Voorts heeft het hof - in r.o. 4 en 5 - vastgesteld dat blijkens de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting [verzoeker] c.s. zich bij de invulling van hun sollicitatieplicht vrijwel uitsluitend hebben beperkt tot open sollicitaties. Deze vaststelling door het hof is in cassatie evenmin bestreden.
- In het licht van dit een en ander is het oordeel van het hof dat [verzoeker] c.s. niet in voldoende mate aan hun sollicitatieplicht hebben voldaan, niet onbegrijpelijk of anderszins ontoereikend gemotiveerd.
- De klacht dat het hof op ontoereikende gronden heeft geoordeeld dat de tekortkoming in hun sollicitatieplicht [verzoeker] c.s. ook kan worden toegerekend, is eveneens ongegrond.
- Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat de door de middelen genoemde omstandigheden waarop [verzoeker] c.s. zich hebben beroepen (lage opleiding, gebrekkige taalbeheersing, lichamelijke gebreken, de gezinssituatie, de financiële crisis, de slechte situatie op de arbeidsmarkt) kunnen verklaren dat het voor [verzoeker] c.s. niet gemakkelijk is om betaald werkt te vinden, maar niet kunnen afdoen aan de verplichting om desondanks een optimale inspanning te leveren om betaald werk te vinden. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.