10/02602 mr. L. Timmerman Parket, 27 juli 2010 Conclusie inzake: [Verzoekster] Verzoekster tot cassatie Verkorte conclusie 1.1 Bij vonnis van 27 april 2010 heeft de rechtbank Almelo het verzoek van [verzoekster] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsanering afgewezen - kort gezegd - omdat [verzoekster] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden in de afgelopen vijf jaar te goeder trouw is geweest. 1.2 [Verzoekster] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Arnhem. Het hof heeft de zaak ter zitting van 7 juni 2010 inhoudelijk behandeld. Bij arrest van 14 juni 2010 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. 1.3 Tegen dit arrest heeft [verzoekster] tijdig
(1)beroep in cassatie ingesteld. 1.4 Het cassatiemiddel bevat twee klachten die beide falen. Het middel komt op tegen rechtsoverweging 3.5 en 3.6 van het arrest van het hof en betoogt dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat [verzoekster] ten aanzien van het doen ontstaan en/of onbetaald laten van zijn schulden niet te goeder trouw is geweest. De eerste klacht betoogt - kort samengevat - dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de schuld, de ouderdom, de culturele achtergrond en leefwijze van [verzoekster] waardoor het verzoek alsnog zou moeten worden toegewezen. 1.5 Het hof heeft in rov. 3.5 aangegeven dat vaststaat dat de bijstandsfraude is gepleegd nu [verzoekster] de procedure tegen de terugvorderingsbeslissing heeft ingetrokken. Nu het tegendeel niet vast is komen staan, kan het hof niet anders dan dit als vaststaand aanmerken. Anders dan de klacht stelt heeft het hof wel degelijk gekeken naar de aard van de schuld. Het hof heeft aangegeven dat naar de aard deze fraudeschuld als niet te goeder trouw ontstaan is. Dit oordeel is niet onbegrijpelijk. Bij toetsing aan art. 288 lid 1 onder b Fw dient de rechter met alle omstandigheden rekening te houden, zoals de mate waarin de schuldenaar een verwijt gemaakt kan worden dat de schulden zijn ontstaan en of onbetaald gelaten en het gedrag van de schuldenaar voor wat betreft de inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door schuldeisers juist te frustreren. [Verzoekster] heeft aangevoerd dat zij in een volledig van haar echtgenoot afhankelijke positie verkeerde en haar echtgenoot de fraude heeft gepleegd. Deze omstandigheden dienen mee te wegen bij de beoordeling. Nu [verzoekster] van het ten onrechte ontvangen bedrag in 2007 een bedrag van € 1.230,- aan haar moeder in Afghanistan heeft overgemaakt, kon het hof niet anders dan ook deze omstandigheid meewegen in de beoordeling. Het hof heeft hieruit afgeleid dat ze wel over het geld van de ten onrechte verkregen uitkering kon beschikken. Het is dan ook niet onbegrijpelijk dat het hof heeft geoordeeld dat [verzoekster] ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van de schuld niet te goeder trouw is geweest en dus niet wordt toegelaten tot de wettelijke schuldsanering. 1.6 De tweede klacht voert - kort gezegd - aan dat de mate waarin een aan de schuldenaar als verzoekster van het ontstaan of onbetaald laten een verwijt gemaakt kan worden niet alleen aan de wet omschreven gedragsmaatstaf, maar tevens aan EU regelgeving, in de meest uitgebreide zin, EVRM, IVRK en EU Handvest van de Grondrechten getoetst dient te worden. Het hof heeft volgens de klacht dan ook ten onrechte alleen aan regels van nationaal recht getoetst en niet of de reikwijdte van art. 288 lid 1 onder b Fw verder gaat dan alleen een toetsing aan nationale wetgeving. 1.7 [Verzoekster] voert in cassatie voor het eerst aan dat het hof ten onrechte alleen aan nationaal recht heeft getoetst. Dat is niet mogelijk. De klacht faalt ook. 2. Conclusie Ik concludeer tot verwerping van het cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G 1 Het verzoekschrift is ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 19 juni 2010, overeenkomstig de in art. 292 lid 3 Fw genoemde cassatietermijn van 8 dagen