Nr. 09/00141 Mr. Vellinga Zitting: 12 oktober 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)Voorts wordt niet gemotiveerd waarom, zo de flessen in verdachtes tuin terecht zouden zijn gekomen, niettemin uit verdachtes gooien met de flessen kan worden afgeleid dat hij handelde met het opzet [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
- Het middel slaagt.
- Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft het onder 1 tenlastegelegde en de opgelegde straf en in zoverre terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Zie H.G.M. Krabbe in: G. Knigge, Leerstukken van Strafprocesrecht, vijfde druk, p. 218-223, G.J.M. Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, Kluwer Deventer 2008, zesde druk, p. 663, A.J.A. van Dorst, Cassatie in strafzaken, Kluwer Deventer 2009, zesde druk, p.
- Voorts HR 4 juni 1991, NJ 1991, 809, HR 6 september 2005, LJN AT7553, NJ 2006, 85 en HR 20 februari 2007, LJN AZ5717, NJ 2007, 146: geen welwillende uitleg verklaring verdachte, want raadsman. 2 HR 8 april 2008, LJN BC5969, NJ 2008, 231, rov. 3.4.2.