Nr. 08/05195 Mr. Vellinga Zitting: 6 juli 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Hoe dit ook zij, er is geen onduidelijkheid over de netto-hoeveelheid aangetroffen XTC, drie ruitvormige tabletten (à 0,32 gram), beige, diepdruk: "X" en een tablet (0,26 gram).
- Gelet op de omstandigheid dat dit verschil in bruto-hoeveelheden niet wegneemt dat vaststaat dat een netto-hoeveelheid XTC is aangetroffen van 1,22 gram tabletten met MDMA, dat uiteindelijk niet de bruto-hoeveelheid maar de netto-hoeveelheid voor de strafwaardigheid van het feit van belang is, en - zo dit anders zou zijn - het verschil in bruto-hoeveelheden in het verband van het totale bewezenverklaarde zo gering is dat dit voor de strafwaardigheid van het bewezenverklaarde niet van betekenis is, is dit gebrek in de bewijsmotivering niet van voldoende belang om te leiden tot vernietiging van het bestreden arrest.
- De middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
- Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 28 augustus 2008 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat sedertdien meer dan vierentwintig maanden zijn verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dat moet leiden tot strafvermindering.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de opgelegde straf. De Hoge Raad kan de hoogte daarvan verminderen naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige dient het beroep te worden verworpen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Uit bewijsmiddel 15 valt af te leiden dat het gripzakje daar 2,12 - 0,34 = 1,78 gram woog.