Nr. 09/00577 Mr. Vellinga Zitting: 14 december 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1), terwijl het Hof in het midden heeft gelaten of het glas dat in verdachtes richting kwam - zoals in het verweer besloten lag - deel uitmaakte van de ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen de verdachte zich verdedigde, of dat dat niet het geval was.
- Hetgeen in de toelichting op het middel wordt ingebracht tegen het vonnis van de Politierechter kan buiten beschouwing blijven omdat dat vonnis geen voorwerp is van het beroep in cassatie.
- Het middel slaagt.
- Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 4 februari 2009 beroep in cassatie ingesteld. Indien de Hoge Raad later dan 4 februari 2011 uitspraak zal doen brengt dat mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Nu aan de verdachte evenwel een taakstraf is opgelegd waarvan het onvoorwaardelijk gedeelte minder dan honderd uren beloopt, kan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden worden volstaan. Dit punt kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het bestreden arrest om andere redenen niet in stand kan blijven en dient te worden teruggewezen of verwezen.