Nr. 09/01965 Mr. Vellinga Zitting: 14 december 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)De verwerping van het verweer door het Hof, dat blijkens zijn overweging op pagina 3 van het arrest uitgaat van dezelfde uitleg van meerbedoeld artikellid, getuigt dan ook niet van een onjuiste rechtsopvatting.
- Het middel faalt.
- In het negende middel wordt geklaagd over schending van het recht van de verdachte op een eerlijk proces.
- Het middel berust op de stelling dat de verdachte niet binnen een redelijke termijn is berecht door een onafhankelijke en onpartijdige instantie. Het Hof heeft dienaangaande, naar aanleiding van hetgeen de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep van 6 januari 2009 en 28 april 2009 heeft aangevoerd, het volgende overwogen: "Eerlijk proces Het hof ziet niet in dat aan verdachtes recht op een eerlijk proces tekort zou zijn gedaan. Het enkele feit dat het hof en het ressortsparket te 's-Gravenhage een gemeenschappelijke administratie voeren, doet naar 's hofs oordeel niet af aan een eerlijk proces. De raadsman heeft niet onderbouwd waarom dat in casu wel zo zou zijn. De stelling van de raadsman dat aan de verdachte een advocaat had moeten worden toegevoegd, vindt - gelet op de artikelen 41 en 42 van het Wetboek van Strafvordering - geen steun in het recht. Het hof is tenslotte van oordeel dat de verdediging tijdig vóór de zitting van 28 april 2009 in het bezit is gesteld van de machtiging ten aanzien van het tapgesprek, weergegeven op p. 37 en 38 en de nadere informatie over de periode dat [betrokkene 1] in beperkingen zat, zeker nu het slechts zeven pagina's betrof met daarin weinig en eenvoudig te doorgronden informatie."
- Hetgeen het Hof naar aanleiding van het verweer heeft overwogen getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het Hof heeft hetgeen de verdediging blijkens de pleitnotities van 6 januari 2009 en 28 april 2009 voor het overige heeft aangevoerd kennelijk niet opgevat als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Dat oordeel getuigt evenmin van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Voor hetgeen in het middel overigens wordt gesteld geldt ook hier dat in cassatie niet voor het eerst een beroep kan worden gedaan op feiten en omstandigheden die niet ter gelegenheid van de behandeling door het Hof zijn aangevoerd of door het Hof zijn vastgesteld.
- Het middel faalt.
- De middelen, met uitzondering van het zevende middel, kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
- Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 HR 29 oktober 1974, NJ 1975, 108.