Nr. 09/01682 Mr. Aben Zitting 1 februari 2011 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Het is juist dat ik vanaf 1993 bestuurder bij de Stichting [A] ben, en nog steeds ben. U vraagt mij hoeveel tijd ik in de tenlastegelegde periode heb besteed aan werkzaamheden bij de Stichting. Dit varieerde, niet heel veel tijd. Ik werd niet betaald voor mijn werkzaamheden. Voor mij was het vrijwilligerswerk. (..) U houdt mij voor dat ik een uitkering kreeg in de tenlastegelegde periode, en u vraagt mij waarom ik niet heb aangegeven dat ik toen werkzaamheden verrichtte. Dit waren geen werkzaamheden, het was mijn hobby. U houdt mij voor dat in de brief d.d. 17 juli 2003 (opgenomen in het proces verbaal nr. PL 1580/06.027, d.d. 30 november 2006, pagina 114) van de gemeente aan mij werd gevraagd om alle veranderingen door te geven, inclusief eventueel vrijwilligerswerk. Maar de Sociale Dienst en het Centrum voor Werk en Inkomen wisten al dat ik vrijwilligerswerk verrichtte. Zij hebben een curriculum vitae van mij ontvangen waarop ook het door mij verrichte vrijwilligerswerk staat vermeld. De raadsman voegt hieraan toe - zakelijk weergegeven -: Hetgeen de verdachte zojuist heeft aangevoerd wordt ondersteund door de als productie 2 (pagina 10) bij mijn fax van 18 september 2008 opgenomen uitdraai van de gegevens van het Centrum van werk en Inkomen, aanmaakdatum 4 mei 2005 betreffende de verdachte waarin staat vermeld dat hij in het bestuur zit van een Stichting.' 3.2.
- De aan het hof door de raadsman overgelegde pleitnotities houden voorts, voor zover hier relevant, in: 'Hij heeft niet opzettelijk nagelaten te melden dat hij voor deze Stichting [A] werkzaamheden heeft verricht. (..) [Verdachte] ontkent niet dat hij activiteiten heeft ondernomen ten behoeve van de Stichting [A]. Hij heeft dit echter gemeld bij zijn contactpersoon bij de Gemeentelijke Sociale Dienst te Delft. Uit productie 2 van de uitdraai van het gezamenlijke informatie systeem van Het CWI en de Gemeentelijke Sociale Dienst valt op te maken, dat het CWI bekend was met het feit dat hij als vertegenwoordiger van de Culturele Stichting, blz.
- (..) Ook heeft hij ten behoeve van zijn zuster nadere informatie verstrekt betreffende de stichting [A]. In deze gegevens stond duidelijk aangegeven dat hij bij deze stichting betrokken is. (..) Op de door de gemeente Delft opgestelde standaardinformatieformulieren Abw en Wwb wordt niet aangegeven dat gemeld moet worden dat er vrijwilligerswerk wordt verricht. Alleen op de formulieren Heronderzoek Abw, loaw, loaz van 5 juni 2003 en 2 november 2004 wordt gevraagd of er onbetaald werk is verricht. Deze vraag heeft [verdachte] niet ingevuld omdat hij van mening is dat hij geen onbetaalde arbeid verricht maar slechts vrijwilligersactiviteiten wat niet valt te definiëren als werk in de zin van de Algemene bijstandswet en de WWB. (..) [Verdachte] heeft niet opzettelijk nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken betreffende zijn werkzaamheden als bestuurslid voor de Stichting [A]. Op de meeste formulieren werd de vraag niet gesteld. Hij heeft het wel gemeld bij de CWI intake. Via zijn zuster wist men er van. (..) De formulieren die hij niet heeft ingevuld is ook niet strafbaar er moest geld bij. Net als bij hobbyisten Garagehouders. In dat geval wordt er niet gesproken van het verrichten van werkzaamheden in de belastingsfeer en dit geldt ook bij het bijstandsverhaal. (..) Hij heeft het gemeld de contactpersonen bij de Sociale Dienst wist er van. Hij had geen opzet op het verzwijgen De culpose variant is niet ten laste gelegd 447 D WvSr en niet artikel 227b WvSr, zie Tekst en Commentaar, blz.
- Dus valt niet te kwalificeren en daarmee ontslag van rechts vervolging.' 3.
- Naar de kern genomen komt hetgeen de verdediging ter zitting heeft aangevoerd er op neer dat de verdachte meende dat de gegevens betreffende zijn (vrijwilligers-)werk
(2)voor de Stichting [A] niet nodig waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een uitkering en derhalve dat hij geen opzet heeft gehad op het 'benodigd zijn' van die gegevens. Nu het hof aan dit verweer geen overweging heeft besteed en dit verweer zijn weerlegging mijns inziens niet zonder meer vindt in de gebezigde bewijsmiddelen, acht ik 's hofs oordeel voor zover inhoudende dat de verdachte 'telkens wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking krachtens de Algemene bijstandswet en de Wet werk en bijstand, en voor de hoogte en de duur van die verstrekking' zonder nadere motivering - welke ontbreekt - niet genoegzaam gemotiveerd. 3.
- In zoverre zijn de middelen een en twee terecht voorgesteld. 4.
- De inhoud van hetgeen als derde middel wordt gepresenteerd geeft aanleiding tot het volgende. 4.
- Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als bedoeld in artikel 437 Sv. Dat betekent dat een middel een stellige en duidelijke grief moet bevatten die is gericht tegen de bestreden uitspraak en die uit zich zelf begrijpelijk is, zonder dat daarbij andere stukken geraadpleegd behoeven te worden. Het middel moet op duidelijke wijze tot uitdrukking brengen waarom er sprake is van schending van het recht of verzuim van vormen.