ECLI:NL:PHR:2011:BP4638
Nr. 09/04734 Mr. Silvis Zitting 8 februari 2011 Conclusie inzake: [Verdachte] 1. Verdachte is bij arrest van 22 mei 2009 door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens "verduistering", veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis. Het hof heeft voorts de vordering van de benadeelde partij toegewezen zoals in het arrest omschreven en een daarmee corresponderende schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: zij in de periode van 1 april 2006 t/m 13 juli 2006 op een of meer plaatsen in Nederland en in Duitsland, opzettelijk een geldbedrag, toebehorende aan [betrokkene 1], welk goed verdachte anders dan door misdrijf, te weten als schenking ten behoeve van het ondergaan van plastisch chirurgische ingrepen, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.
Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep blijkt het volgende.
In totaal heeft verdachte ongeveer € 42.200,00 ontvangen van verdachte. Van dat geld heeft zij naar eigen zeggen € 8.500,00 aangewend ten behoeve van een cosmetische ingreep (p. 84 van het eindproces-verbaal van politie).
Naar eigen zeggen is voorts een bedrag van in totaal € 17.700,00 besteed aan andere zaken dan cosmetische ingrepen.
Uit verdachtes eigen verklaring blijkt dat het gaat om de volgende uitgaven:
De som van voornoemde bedragen is € 17.700,00.
Voorts staat vast dat op 22 juni 2006 onder verdachte beslag is gelegd op haar toenmalige banksaldo van € 17.687,33 (p. 2 en p. 69 van het eindproces-verbaal van politie, alsmede p. 2 van het proces-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door hoofdagent van politie [verbalisant 1] op 23 juni 2006, opgenomen in de afzonderlijk map met stukken betreffende het beslag) [Betrokkene 1] heeft als getuige ter terechtzitting van het hof verklaard dat het geld dat hij aan verdachte gaf, bedoeld was voor de plastische chirurgie die zij wilde ondergaan. Dat verdachte wist dat [betrokkene 1] het geld voor dat doel ter beschikking stelde, blijkt mede uit de - door verdachte zelf opgestelde - schenkingsovereenkomst gedateerd 22 mei 2006. Toch heeft zij het geld tevens aangewend voor andere zaken. Naar het oordeel van het hof heeft verdachte hierdoor een deel van het geld van [betrokkene 1], dat zij anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk toegeëigend.
Daartoe overweegt het hof dat gelet op de overeengekomen doelbinding van het geschonken geld, slechts aan verdachte werd geschonken voor zover zij dit geld ook zou gebruiken in overeenstemming met deze doelbinding. Verdachte had het geld dus rechtmatig onder zich, doch voor zover het geld aan andere zaken dan aan cosmetische ingrepen werd besteed, heeft verdachte zich daardoor het geld wederrechtelijk toegeëigend.
Daarnaast overweegt het hof dat gelet op de financiële positie van verdachte, zij zich door het uitgeven van het geld aan andere zaken dan waarvoor het bestemd was, zelf in de positie heeft gebracht dat zij het geld niet kan teruggeven, althans dat zij het teruggeven van het geld aanzienlijk heeft bemoeilijkt. De gestelde bereidheid tot terugbetaling doet dan ook niet aan de bewezenverklaring af.
Immers, niet is gebleken dat het totaal bedrag van €42.200,00 minus de € 8.500,00 (besteed aan de cosmetische ingreep) te weten € 33.700,00 nog volledig ter beschikking stond aan verdachte. Op 22 juni 2006 (de dag dat beslag is gelegd op de rekening) bedroeg het saldo van haar bank tegoed slechts € 17.687,33. Verdachte had dat bedrag nog kunnen aanwenden voor cosmetische operaties dan wel in overleg met [betrokkene 1] kunnen bepalen wat er dan met het geld moest gebeuren indien zij af zou zien van verdere cosmetische ingrepen.
Niet gebleken is echter dat haar financiële middelen zodanig waren dat daarnaast een bedrag ter grootte van het bedrag van € 33.700,00 minus € 17.687,33, derhalve € 16.012,67, tot haar beschikking stond om alsnog de cosmetische ingrepen te ondergaan dan wel - bijvoorbeeld - terug te geven aan [betrokkene 1] indien zij zou afzien van verdere cosmetische ingrepen.
Gelet op het voorgaande acht het hof bewezen dat verdachte een geldbedrag, namelijk € 16.012,67, heeft verduisterd."
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Het feit is volgens de bewezenverklaring ook in Duitsland gepleegd. Verduistering is ook daar strafbaar. Zie Strafgesetzbuch § 246 Unterschlagung
2 Het hof heeft de verschillende overboekingen/overgifte als een schenking opgevat. De vraag of er niet beter van meerdere schenkingen kan worden gesproken en dus mogelijk van meermalen gepleegde verduistering, laat ik hier rusten vanwege ondergeschikt belang.
3 Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I (De verbintenis in het algemeen) 2010/164, Auteur: prof. mr. A.S. Hartkamp, prof. mr. drs. C.H. Sieburgh, Boek 3 BW art. 38, lid 1.
4 BW Boek 7.3: Artikel 184 lid 1: In de navolgende gevallen is een schenking , ongeacht of zij reeds is uitgevoerd, vernietigbaar: a. indien de begiftigde in verzuim is met de voldoening van een hem bij de schenking opgelegde verplichting, waarvan noch de schenker noch een derde nakoming kan vorderen; (...) BW Boek 7.3: Artikel 185 lid 1: Rechtsvorderingen tot vernietiging van de schenking op grond van artikel 184 verjaren door verloop van een jaar, te rekenen van de dag waarop het feit dat grond tot vernietiging oplevert, ter kennis van de schenker is gekomen.
5 O.c. noot 1. Zie ook: HR 13 juli 2001, LJN AB2576, NJ 2001, 506. Niet nodig is dat expliciet 'opschorting' is vastgelegd of besproken; bij de uitleg kunnen culturele gewoonten worden betrokken.