Nr. 09/05209 B Mr. Silvis Zitting: 15 maart 2011 Conclusie inzake: [Klager]
(2)De rechtbank heeft dus door te oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter later oordelend de inbeslaggenomen goederen zal onttrekken aan het verkeer zodat het belang van de strafvordering zich thans tegen teruggave verzet, de juiste maatstaf toegepast. Voor zover het middel daarover klaagt, faalt het.
- Het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer houdt het volgende in, voor zover van belang: "De officier van justitie voert het woord, zakelijk weergegeven: Het onderzoek is nog steeds bezig. Er zijn o.a. videobeelden met kinderporno inbeslaggenomen die de indruk wekken dat klager die zelfheeft geproduceerd. In een pc met twee harddisk werd op alle twee harddisks kinderporno aangetroffen. Het onderzoek naar de hardware van de zoeking in [plaats] is klaar, naar de CD/DVD's moet nog nader onderzoek worden gedaan. De overige goederen zullen binnenkort gereed worden gemaakt voor teruggave. Ik verzoek u het klaagschrift verder ongegrond te verklaren."
- Gelet op hetgeen de officier van justitie heeft aangevoerd, heeft de rechtbank kennelijk geoordeeld dat de inbeslaggenomen goederen (mogelijk) kinderporno bevatten en dat het gelet daarop niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter al die goederen zal onttrekken aan het verkeer zodat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave. Hoewel dat oordeel in zijn algemeenheid niet onbegrijpelijk is nu het bezit van kinderporno in strijd is met de wet, ben ik het met de steller van het middel eens zijn dat wanneer het oordeel van de rechtbank alle inbeslaggenomen goederen betreft dat toch niet begrijpelijk is. De officier van justitie heeft aangegeven dat een deel van de goederen gereed zou worden gemaakt voor teruggave en verzocht om het klaagschrift 'verder' ongegrond te verklaren. Daarin ligt niet slechts besloten dat het openbaar ministerie van oordeel is dat het belang van strafvordering zich niet (meer) verzet tegen teruggave van een deel van de goederen maar ook dat de daaraan verbonden gevolgtrekking van teruggave aan de beslagene al is gemaakt. Dat een last tot teruggave voor die goederen niet nodig is, ligt in de rede. Het oordeel van de rechtbank dat het belang van strafvordering zich verzette tegen teruggave van de inbeslaggenomen goederen kan dan ook geacht worden betrekking te hebben op die goederen waarvan de officier van justitie heeft gesteld dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave. Zo begrepen heeft de rechtbank niet miskend dat het haar, gelet op genoemd oordeel van het openbaar ministerie, ten aanzien van de goederen waarvan met de voortduring van het beslag geen belang van strafvordering is gediend, niet meer vrij stond om in die vraag te treden.