Nr. 10/00726 Mr. Silvis Zitting: 15 maart 2011 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Niet gebleken is dat het openbaar ministerie de oproeping van de opgegeven getuige heeft bevolen. Ter terechtzitting is door de aldaar verschenen verdachte niet opnieuw gevraagd om het horen van een getuige. De rechter is niet gehouden op een bij appelschriftuur gedaan verzoek tot oproeping van getuigen te beslissen. Alleen een herhaald, ter terechtzitting gedaan verzoek - en in cassatie niet wordt bestreden hiervan geen sprake is - noopt tot een beslissing. Dat volgt uit art. 287, derde lid, onder a, Sv (HR 24 november 2009, LJN BJ9346, NJ 2009/607). Volgens de steller van het middel ligt de zaak hier anders, omdat door de advocaat-generaal bij het gerechtshof is nagelaten tevoren zijn beslissing kenbaar te maken aangaande het gedane getuigenverzoek, terwijl aan verdachte bovendien niet kan worden tegengeworpen dat hij zijn verzoek ter zitting niet heeft herhaald. Dat zou anders kunnen zijn, indien ter zitting uitdrukkelijk afstand van het horen van de opgegeven getuige is gedaan. Daarvan blijkt niet. Daar komt bij dat aangeefster/gevraagde getuige niet langer achter haar aangifte stond en verdachte bij het hof persisteerde bij betwisting van de inhoud van die aangifte.
- Uit de tekst van art. 287, derde lid, onder a, Sv volgt niet dat ter zake van het ter zitting verzoeken om een eerder opgegeven getuige te horen een onderscheid gemaakt moet worden tussen de omstandigheid dat een verdachte van rechtsbijstand is voorzien of niet. Daarop stuit het middel af.
- Het eerste middel kan worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Het tweede middel kan bespreking vergen.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 HR 19 juni 2007, LJN AZ1702, NJ 2007/626: In een geval waarin in het desbetreffende geschrift niet met zoveel woorden grieven zijn geformuleerd, maar wel een opgave van een of meer getuigen of deskundigen wordt gedaan, zal de rechter o.g.v. die opgave mogen aannemen dat is voldaan aan het voor de appelschriftuur geldende vereiste dat het de grieven tegen het vonnis bevat.