Nr. 09/04794 Mr. Silvis Zitting: 12 april 2011 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)Voorts heeft het hof uit de omstandigheden dat [slachtoffer] tussen twee banken stond, dat verdachte op één van die banken ging zitten naast één van de medeverdachten, en dat de andere medeverdachte tussen [slachtoffer] en het gangpad stond en steeds dichter tegen [slachtoffer] aan ging staan, kunnen afleiden dat verdachte samen met haar medeverdachten [slachtoffer] heeft ingesloten. Van een tegenstelling met de tot bewijs gebezigde verklaring van getuige [getuige] dat de drie meisjes [slachtoffer] insloten en haar tegen het tafeltje bij het raam duwden is derhalve geen sprake. Het middel faalt.
- De voorgestelde middelen kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Noyon/Langemeijer/Remmelink, aant. 3 op art. 141 (bijgewerkt tot en met 1 mei 2007 door Prof.mr. J.W. Fokkens). Vgl. ook: HR 16 juni 2009, LJN BI1009 en HR 13 juni 2006, LJN AW
- 2 Vgl. o.a. HR 20 juni 2006, LJN AV7266, NJ 2006/381 en HR 8 februari 2011, LJN BO9823.