Nr. 10/00634 Mr. Hofstee Zitting: 19 april 2011 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte]
(1)8. Verder merk ik op dat de overweging van het Hof dat geen cassatiemiddel is ingediend tegen het eerdere oordeel van het Hof dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is, niet begrijpelijk is voor zover het de strafvorderlijke positie van verzoeker aangaat. Daarbij neem ik in aanmerking dat inzake het arrest van het Hof van 23 maart 2007
- i)het beroep in cassatie was ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof en
- ii)van een verdachte redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij beroep in cassatie instelt tegen een vrijspraak. 9. Het middel slaagt. 10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. 11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gegronde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Zie Melai/Groenhuijsen e.a., Het Wetboek van Strafvordering, aant. 10 op art. 440 Sv (bewerkt door M.K.T. Tjiong, bij t/m 1 april 2004) en HR 26 mei 1987, LJN AC9867, NJ 1988, 261, rov. 5.5. m.nt. Corstens.