Nr. 09/04437 P Mr. Silvis Zitting: 24 mei 2011 Conclusie inzake: [Veroordeelde = betrokkene]
(2)Aldus begrepen en bezien in samenhang met overige vaststellingen aangaande de financiële gang van zaken geeft het oordeel van het hof dat hij door het bewezen delict dat geld als wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het ook niet onbegrijpelijk. Het middel faalt.
- Het tweede middel klaagt terecht dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden nu tussen het instellen van cassatie en het insturen van het dossier naar de griffie van de Hoge Raad te veel tijd is verstreken. Het cassatieberoep is ingesteld op 9 oktober
- Veroordeelde verbleef op dat moment in voorlopige hechtenis in verband met de onderhavige zaak. De stukken van het geding zijn blijkens een daarop gezet stempel op 27 mei 2010 bij de Hoge Raad binnengekomen, zodat de inzendtermijn van zes maanden is overschreden. In de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak is de redelijke termijn eveneens overschreden in de cassatiefase. De compensatie, waartoe de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, kan worden toegepast in de hoofdzaak zodat in de onderhavige zaak kan worden volstaan met de vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden.