Nr. 10/00126 Mr. Hofstee Zitting: 31 mei 2011 Conclusie inzake: [Verdachte=verzoeker]
(1)Andere feiten en omstandigheden op grond waarvan verzoeker kan worden gezegd ten minste voorwaardelijk opzet te hebben gehad op de aanwezigheid van de hennepkwekerij, zijn door het Hof niet tot uitdrukking gebracht en blijken evenmin uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen. Derhalve is de bewezenverklaring van feit 1 en feit 2 niet naar de eis van de wet met redenen omkleed.
- Het middel is terecht voorgesteld.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde daar op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Vgl. HR 3 november 2009, LJN BJ6944, NJ 2010, 336 m.nt. Borgers, HR 3 november 2009, LJN BJ6931 en HR 8 februari 2005, LJN AR8217.