Nr. 10/02312 Mr. Hofstee Zitting: 31 mei 2011 Conclusie inzake: [Verdachte=verzoeker]
(4)31. De voorgestelde middelen, uitgezonderd het eerste en het zesde middel, lenen zich voor afdoening met de aan art. 81 RO ontleende motivering. 32. Ambtshalve gronden waarop de Hoge Raad de aangevallen beslissing zou moeten vernietigen heb ik niet aangetroffen. 33. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad (
- i)het bestreden arrest zal vernietigen, voor zover daarin niet de hiervoor bedoelde alternatieve vergoedingsplicht is opgenomen, (
- ii)zal bepalen dat voldoening door de verzoeker aan de plicht tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer van het bedrag van € 16.700,- zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij van dat bedrag doet vervallen, alsmede dat betaling aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling van het desbetreffende bedrag aan de Staat doet vervallen, (iii) het bestreden arrest zal vernietigen, voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, (
- iv)de hoogte daarvan vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zal verminderen naar de gebruikelijke maatstaf, en (
- v)het beroep voor het overige zal verwerpen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden A-G 1 Deze hoofdzaak hangt samen met de ontnemingszaak met griffienummer 10/02311 P, waarin ik heden eveneens concludeer. 2 HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ 2008, 358, m.nt. Mevis. 3 Zie HR 20 mei 1986, LJN AC9359, NJ 1987, 130, HR 8 december 1992, LJN ZC8478, NJ 1993, 323, HR 7 oktober 2003, LJN AI1588, NJ 2004, 63 en HR 19 april 2005, LJN AS9237, NJ 2007, 386, m.nt. D.H. de Jong. Zie met name ook het overzicht van de rechtspraak in de conclusie van (plv.) PG Fokkens vóór laatstgenoemd arrest. 4 Cfm. HR 12 februari 2008, LJN BC3797, NJ 2008, 263 m.nt. Keijzer en HR 18 maart 2008, LJN BC3557.