Nr. 10/03337 Mr. Silvis Zitting 21 juni 2011 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)de relevantie die daaraan door de steller vanuit een ander perspectief kon worden gegeven. Verdachte zwijgt immers niet, hij geeft een verklaring waarom hij op Curaçao was. Het hof acht deze verklaring niet aannemelijk, een oordeel dat niet onbegrijpelijk is. Op deze waardering van de verklaringen van de verdachte rust het bewijs niet, maar de niet geloofwaardig bevonden verhalen van verdachte tasten de bewijsvoering niet aan.
- De laatste zin van de bewijsoverweging van het hof acht ik niet onmiddellijk begrijpelijk, maar ik meen dat de bedoeling ervan geduid kan worden. Het hof overweegt: "Het hof is van oordeel dat de omstandigheid dat de koffer dagenlang uit het zicht van de verdachte is geweest, tegen de achtergrond van al deze onwaarschijnlijkheden in de verklaring van de verdachte over de reis, tot de slotsom dienen te leiden dat dat de verdachte wist dat hij in de koffer de ten laste gelegde hoeveelheid cocaïne vervoerde en deze, met enige vertraging, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht." De omstandigheid dat de koffer dagenlang uit het zicht van de verdachte is geweest lijkt in deze overweging (mede) dragend voor de slotsom dat de verdachte wist dat hij in de koffer de ten laste gelegde hoeveelheid cocaïne vervoerde. Het gaat mij uiteraard niet om de grammaticale ontsporing in de aangehaalde zin, die overkomt iedere gebruiker van het woord meer dan eens, maar welke gedachte zit voor? Kennelijk gaat het erom dat het feit van de vertraging van de koffer het opzet aangaande de invoer van contrabande onverlet laat. Zoals de door verdachte opgediste verhalen over het doel van zijn reis het bewijs van opzet aangaande de invoer van drugs ook niet aantasten. Of kan het hof voor ogen gehad hebben dat het afzonderlijk van de bagage reizen bijdraagt aan het bewijs van opzet? Ik neem dat toch niet aan. Dat zou ook onbegrijpelijk zijn. Want niet blijkt dat verdachte zelf de regie had over die vertraging. Door het na inchecken niet met de inchecker mee (laten) reizen van een koffer ontstaat wel meer ruimte voor de mogelijkheid dat een derde op de luchthaven van vertrek de vertraagde koffer van contrabande voorziet met de bedoeling die inhoud er voor de aflevering aan de eigenaar van de koffer door een mededader op de luchthaven van aankomst weer uit te laten vissen. Een dergelijk scenario, andere zijn denkbaar, heeft de steller van het middel kennelijk op het oog. Het gaat slechts om een theoretische mogelijkheid, waaraan het hof wellicht meer aandacht had moeten geven indien verdachte wel een ander plausibel reisdoel had gehad dan de drugsinvoer. Nu dat laatste al niet aannemelijk is geworden, behoefde het voor een reiziger niet ongewone gegeven van het gedurende enige tijd uit zicht geraken van de koffer geen nader onderzoek door het hof naar de mogelijkheid van een alternatieve gang van zaken die de verdachte kon ontlasten. Ik concludeer dat het hof het opzet van de verdachte op de invoer van drugs uit de bewijsmiddelen deugdelijk heeft kunnen afleiden en kennelijk tot uitdrukking heeft gebracht dat daarmee niet verenigbare mogelijkheden niet aannemelijk zijn geworden.
- Het middel faalt derhalve.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 EHRM 8 februari 1996, LJN: AC0232, NJ 1996, 725, m.nt Knigge.