Nr. 10/03825 Mr. Machielse Zitting 21 juni 2011 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Artikel 26, eerste lid, Wet wapens en munitie houdt het verbod in om een wapen of munitie van categorie II voorhanden te hebben. De strafbedreiging op dit verbod is te vinden in artikel 55, derde lid onder a Wet wapens en munitie. Zowel artikel 26 als artikel 55 moesten dus worden aangehaald. De Hoge Raad kan doen wat het hof heeft verzuimd.
- Als de Hoge Raad bereid is zelf de proeftijd op twee jaar te bepalen en gebruik maakt van zijn wettelijke bevoegdheid, neergelegd in artikel 441 Sv, zijn beide middelen vruchteloos voorgesteld. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
- Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de proeftijd op twee jaar zal bepalen, artikel 55 Wet wapens en munitie zal aanhalen en het beroep voor het overige zal verwerpen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 HR 20 april 2010, LJN BL6724.