Nr. 10/03669 J Mr. Aben Zitting 5 juli 2011 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)Het hof heeft dit verweer verworpen en daartoe op pagina 3 van het bestreden arrest overwogen: 'Het proces-verbaal van de leerplichtambtenaar van de gemeente Hoogeveen d.d. 13 maart 2009 houdt in dat de school sinds het begin van het verzuim herhaaldelijk heeft getracht met de verdachte en zijn ouders in contact te komen. Pas op 5 november 2008 vond een gesprek plaats tussen de school, de verdachte en zijn vader. Daarbij is benadrukt dat de verdachte tot zijn achttiende jaar leerplichtig is en dat hij zich bij de school diende te melden, ook indien hij van opleidingsrichting wenste te veranderen. De verdachte heeft zich in strijd met de gemaakte afspraak niet gemeld, en heeft evenmin gereageerd op schriftelijke uitnodigingen van de school voor afspraken op 19 en 26 januari 2009 en op 5 februari
- De school heeft het dossier om die reden overgedragen aan de leerplichtambtenaar. Nu uit voornoemd proces-verbaal niet valt af te leiden dat de verdachte met toestemming van de school heeft verzuimd, verwerpt het hof het verweer van de raadsman.' 3.
- Als ik het (hopelijk!) goed begrijp dan betoogt de steller van het middel dat het bestreden arrest een innerlijke tegenstrijdigheid bevat omdat het hof in de hierboven weergegeven overweging heeft overwogen dat 'pas op 5 november 2008 (..) een gesprek plaats [vond] tussen de school, de verdachte en zijn vader', terwijl de bewezenverklaarde periode zich (tevens) uitstrekt tot de periode voorafgaand aan 5 november 2008, te weten vanaf 18 september
- Waarom en op welke wijze dit tegenstrijdig is met elkaar, is mij niet duidelijk. De omstandigheid dat er kennelijk pas op 5 november 2008 een eerste gesprek tussen de betrokkenen heeft plaatsgevonden, wil natuurlijk nog niet zeggen dat de verdachte in de periode die voorafging aan dat gesprek met toestemming van de school thuis mocht blijven. De klacht kan dan ook niet tot cassatie leiden. Het hof heeft het onder 3.4 bedoelde verweer naar mijn inzicht ook overigens toereikend verworpen. 3.
- Het middel is tevergeefs voorgesteld.
- Het middel faalt en kan mijns inziens met de aan artikel 81 RO te ontlenen motivering worden afgedaan. Ambtshalve gronden waarop de bestreden uitspraak zou dienen te worden vernietigd heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Deze zaak hangt samen met de onder nr. 10/03667 tegen [medeverdachte] aanhangige zaak, in welke zaak ik vandaag eveneens zal concluderen. 2 Zie aangaande dit verweer de pagina's 2 en 3 van het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 8 april 2010.