Nr. 11/00224 H Mr. Machielse Zitting 30 augustus 2011 Conclusie inzake: [Aanvrager]
(1)Deze aanvragen zijn door de Hoge Raad afgewezen, omdat uit de overgelegde stukken niet bleek dat [betrokkene 1] zich ook op 5 februari 2002, ten tijde van de aanhouding terzake van het feit waarvoor herziening wordt gevraagd, heeft bediend van de persoonsgegevens van de aanvrager. 6. Bij de onderhavige aanvrage zijn deels dezelfde stukken ingebracht. Voor zover voor de beoordeling van de aanvrage van belang, zijn thans overgelegd: (
- i)een uitdraai uit het urenregistratiesysteem van het Hoofdproductschap Akkerbouw te 's-Gravenhage, toenmalig werkgever van de aanvrager, betreffende het jaar 2002, waaruit blijkt dat de aanvrager 40 uren heeft gewerkt in de week waarin het onder 1 genoemde feit is gepleegd (bijlage 2); (
- ii)een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tussen de aanvrager en het Hoofdproductschap Akkerbouw van 24 september 2001 (bijlage 2); (iii) een tweetal werkgeversverklaringen van het Hoofdproductschap Akkerbouw betreffende de aanvrager van 30 mei 2001 en 30 januari 2001 (bijlage 2); (
- iv)een verklaring van [betrokkene 1] van 14 oktober 2010, welke ten kantore van advocaat mr. H. Sytema is afgelegd en op schrift is gesteld en door [betrokkene 1] is ondertekend en welke verklaring onder meer inhoudt dat hij, [betrokkene 1], het onder 1 genoemde feit heeft gepleegd en bij zijn aanhouding de personalia van zijn broer, de aanvrager, heeft opgegeven (bijlage 3); (
- v)een fotokopie van het paspoort van [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1975 te [geboorteplaats] (bijlage 3); (
- vi)een fotokopie van een proces-verbaal van bevindingen van de politie Haaglanden van 10 april 2009, onder meer inhoudende een zakelijk weergegeven verklaring van [betrokkene 1] van 23 maart 2009 inhoudende dat zijn broertje [aanvrager] ten onrechte een celstraf van vijf weken uitzit, dat hij zichzelf voor zijn broertje had uitgegeven, dat hij het feit heeft begaan waarvoor zijn broertje in de gevangenis zit en dat hij zeker weet dat de celstraf welke zijn broertje uitzit een celstraf is welke hij uit moet zitten, omdat hij een valse naam had gebruikt (bijlage 4); (vii) een fotokopie van een aanvullend proces-verbaal van de politie Regio Friesland van 17 juli 1998, onder meer inhoudende een zakelijk weergegeven verklaring van [betrokkene 1] van 15 juli 1998 inhoudende dat hij bij zijn aanhouding op 1 maart 1998 ter zake van het onbevoegd ledigen van parkeermeters de naam van zijn broer [aanvrager] heeft opgegeven. In datzelfde proces-verbaal relateert de politie op basis van dactyloscopisch onderzoek dat de op 1 maart 1998 aangehouden verdachte inderdaad [betrokkene 1] was (bijlage 4); (viii) een fotokopie van een handgeschreven verklaring van [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1975, van 21 januari 2002, in welke verklaring hij erkent dat hij de persoonsgegevens van zijn broer, de aanvrager, heeft gebruikt toen hij door de politie werd ondervraagd in verband met een door hem gepleegde poging tot oplichting op 26 januari 2000, waarvoor zijn broer onder parketnummer 09/092693-00 is veroordeeld. Deze verklaring houdt tevens in dat [betrokkene 1] wel eens meer gebruik heeft gemaakt van de persoonsgegevens van zijn broer [aanvrager] (bijlage 4). 7. Het stuk (
- vi)is reeds bij de voorgaande aanvrage tot herziening overgelegd en de stukken (vii) en (viii) zijn reeds bij de beide eerdere aanvragen tot herziening overgelegd. Thans zijn daaraan toegevoegd de bescheiden (
- i)tot en met (v). Daaronder bevindt zich dus de ten kantore van advocaat H. Sytema afgelegde en op schrift gestelde verklaring van [betrokkene 1] van 14 oktober 2010. Anders dan de stukken welke bij de eerdere aanvragen tot herziening zijn overgelegd, ziet deze verklaring er niet slechts op dat hij vaker bij aanhoudingen de naam van zijn broer, de aanvrager, heeft genoemd, maar ook en meer in het bijzonder dat hij de naam van zijn broer heeft opgegeven toen hij werd aangehouden voor het feit ten aanzien waarvan herziening wordt gevraagd. [betrokkene 1] verklaart immers dat hij op 5 februari 2002 de naam van zijn broer heeft opgegeven toen hij door de politie is aangehouden op verdenking van oplichting. Hij verklaart dat hij, en dus niet zijn broer, het betreffende feit heeft gepleegd.