Zaaknr. 10/03856 Mr. Huydecoper Zitting van 9 september 2011 Conclusie inzake [Verzoeker] verzoeker tot cassatie tegen [Verweerster] verweerster in cassatie Feiten en procesverloop
(3). Conclusie Ik concludeer tot verwerping. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 HR 15 april 2011, NJ 2011, 179, rov. 3.4; HR 8 april 2011, rechtspraak.nl LJN BP4023, rov. 3.7.2; HR 25 maart 2011, RvdW 2011, 418, rov. 3.3; HR 28 januari 2011, NJ 2011, 167 m.nt. Van Schilfgaarde, rov. 3.11; Asser Procesrecht/Bakels, Hammerstein & Wesseling-Van Gent 4, 2009, nrs. 105 en 117; Asser Procesrecht/Veegens - Korthals Altes - Groen, 2005, nrs. 103, 121, 169; Ras-Hammerstein, De grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep in burgerlijke zaken, 2004, nr.
- 2 Zie de vindplaats die het middel aanwijst, alinea 32 van het verweerschrift tevens houdende incidenteel appel van de kant van [verzoeker]; maar zie ook alinea 29 van de pleitnota namens [verzoeker] in appel. 3 HR 24 februari 2006, RvdW 2006, 236, rov. 3.3.4; HR 7 mei 2004, NJ 2004, 657, rov. 3.5.4; Hof 's Hertogenbosch 25 september 2002, FJR 2003, 57, rov. 4.3.5 e.v. Zie ook HR 2 maart 2001, NJ 2001, 584 m.nt. Wortmann, rov. 3.
- Bepaling van het waardedrukkend effect van een latente belastingplicht kan overigens een gecompliceerde aangelegenheid zijn, zoals de aangehaalde beslissingen ten overvloede illustreren; zie voor andere illustraties Heida, Echtscheidingsrecht, 2007, p. 136 en 137; Van Mourik en Verstappen, Nederlands vermogensrecht bij echtscheiding, 2006, nr. 9.4; Keijser, Handleiding bij scheiding, 2003, p. 181 - 182; Blokland, Forfaitair 2000, p. 10 (nr. 8).