Nr. 11/00943 Mr. Machielse Zitting 6 september 2011 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Het hof heeft niets vastgesteld over de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Of verdachte met kracht heeft gestoken is niet duidelijk. In welk deel van de rug verdachte heeft gestoken evenmin, noch hoe ernstig de toegebrachte wonden waren. Naar mijn oordeel is de bewezenverklaring van het opzet op levensberoving ontoereikend met redenen omkleed. Hieraan doet niet af dat de advocaat van verdachte op precies dit punt geen verweer heeft gevoerd. 4.
- Het tweede middel klaagt over schending van de redelijke termijn in cassatie. Het cassatieberoep is ingesteld op 12 augustus
- De stukken van het geding zijn eerst op 24 februari 2011 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen, terwijl verdachte in deze zaak voorlopig gehecht was. 4.
- Inderdaad is aldus de redelijke termijn met 12 dagen geschonden omdat de inzendtermijn, die door de Hoge Raad in gevallen als de onderhavige is gesteld op zes maanden, niet is gerespecteerd. Nu evenwel de afhandeling in cassatie van deze zaak voortvarend ter hand is genomen en deze conclusie wordt genomen binnen 13 maanden na het instellen van het cassatieberoep zie ik thans geen grond voor het verbinden van enigerlei consequentie aan de geconstateerde schending. Het tweede middel lijkt mij vruchteloos te zijn voorgesteld.
- Het eerste middel slaagt. Het tweede middel kan worden verworpen. Ambtshalve heb ik overigens geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
- Deze conclusie trekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover het betreft de daarin opgenomen beslissingen over feit 1, de vordering van de benadeelde partij en de sanctieoplegging en tot terugwijzing van de zaak naar het hof te 's-Gravenhage ten einde op het bestaande beroep in zoverre opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Bijv. HR 8 april 2008, LJN BC5982.