Nr. 10/04999 Mr. Vellinga Zitting: 4 oktober 2011 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)De schouder is niet een specifiek voor duwen gevoelig lichaamsdeel, terwijl de pijn die [verbalisant 1] heeft ondervonden heel wel kan zijn voortgevloeid uit de omstandigheid dat hij blijkens de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen enkele maanden voor het bewezenverklaarde feit aan zijn schouder was geopereerd.
- Vooropgesteld dat de onderhavige duw wel een naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijke kans op pijn zou opleveren, is niet zonder meer begrijpelijk op grond waarvan verdachte die aanmerkelijke kans willens en wetens zou hebben aanvaard. Het Hof overweegt in antwoord op het verweer dat verdachte geen weet had van de bijzondere gevoeligheid van de schouder van [verbalisant 1], dat ook afgezien van die omstandigheid verdachte door [verbalisant 1] tegen het lichaam te duwen het risico van het toebrengen van pijn op de koop toe heeft genomen. Daarbij gaat het Hof voorbij aan de vraag of verdachte dat risico, zoals voor het aannemen van (voorwaardelijk) opzet vereist, bewust op de koop heeft toegenomen. Voorts lijkt het Hof hier te miskennen het in casu niet ging om het duwen tegen het lichaam maar het duwen tegen een specifiek, daarvoor niet uitgesproken gevoelig lichaamsdeel.
- Het middel slaagt.
- Het derde middel klaagt over overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in de cassatiefase.
- Het cassatieberoep is ingesteld op 25 februari
- De stukken van het geding zijn blijkens een daarop gezet stempel op 10 november 2010 bij de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt met zich dat de inzendtermijn van acht maanden is overschreden. Het middel is dan ook terecht voorgesteld. Nu aan de verdachte evenwel een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van minder dan 100 uren is opgelegd, kan met de enkele constatering dat de redelijke termijn is overschreden worden volstaan. Het middel kan echter onbesproken blijven indien de Hoge Raad met mij van oordeel is dat het bestreden arrest om andere redenen niet in stand kan blijven en de zaak dient te worden teruggewezen of verwezen.