Nr. 09/04324 B Mr. Aben Zitting 25 oktober 2011 aanvullende conclusie inzake: [Klager]
(2)Het betreft dus van de zijde van de klager, zo begrip ik, geen consumentenkoop. Daardoor kan de vorige eigenaar, indien nog geen drie jaar zijn verstreken sedert de hem betreffende diefstal, de zaak als zijn eigendom opeisen. Dat uit het summiere onderzoek in raadkamer niet blijkt dat [A] B.V. reeds een dergelijke eigendomsactie heeft ingesteld doet aan dit recht niet af. Daardoor heeft die vennootschap een sterker recht dan de klager. Aldus bezien acht ik het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk. 4.
- Hieraan doet niet af dat de rechtbank in het kader van de ontvankelijkheidsvraag heeft geoordeeld dat het "aannemelijk (is) dat de klager als eigenaar van de in beslag genomen personenauto heeft te gelden". Kennelijk heeft de rechtbank bedoeld te overwegen dat de klager stelt eigenaar van het inbeslaggenomene te zijn, hetgeen voor de ontvankelijkheid van zijn beklag voldoende is. Op zichzelf is wellicht ook niet onjuist (ik kan dat niet beoordelen) dat de klager eigenaar is. Waar het om gaat is de vraag wie van de betrokken derden-belanghebbenden op het eerste gezicht de betere papieren heeft: de oorspronkelijke eigenaar of de huidige eigenaar (indien wordt aangenomen dat hij te goeder trouw was). Vooralsnog is dat naar het kennelijke oordeel van de rechtbank de oorspronkelijke eigenaar. Welbeschouwd is er van de door de steller van het middel gesignaleerde tegenstrijdigheid geen sprake, al moet ik toegeven dat deze lezing zich weer minder goed verhoudt met de slotzinnen van de hierboven aangehaalde overweging uit de bestreden beschikking. 4.
- Indien Uw Raad niet bereid is om met mij mee te turen in het dossier is wellicht nader feitelijk onderzoek noodzakelijk en schort het (dus) aan de begrijpelijkheid van de motivering van de bestreden beschikking. Ik meen evenwel dat de rechtbank, gelet op het summiere karakter van het onderzoek in raadkamer, heeft mogen volstaan met het overwogene. Mijn zoektochtje naar de aard van de koop van het inbeslaggenomen voertuig betreft immers een uitzondering op een uitzondering op een uitzondering in de civiele regelgeving over eigendomsoverdracht. De klager heeft niet eens gesteld dat hem door consumentenkoop een sterker recht toekomt dan het (revindicatie)recht van de als eerste bestolene. 4.
- Dat de eigendom van het voertuig zou berusten bij de verzekeringsmaatschappij, heeft de rechtbank niet vastgesteld. In zoverre falen de stellingen van feitelijke aard die de steller van het middel te berde brengt. Voor een beoordeling daarvan is in cassatie geen ruimte.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 In paragraaf 3.1 tot en met 3.3 heb ik getracht HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654 m.nt. Mevis, voor zover relevant te parafraseren. De laatste zinsnede leid ik af uit HR 3 juni 2003, LJN AF
- Zie voorts: HR 8 februari 2011, LJN BO2962; HR 27 september 2011, LJN BQ9058; HR 4 oktober 2011, LJN BP
- 2 Faxpaginanummer 23 van het proces-verbaal van politie. Nr. 09/04324 B Mr. Aben Zitting 7 juni 2011 conclusie inzake: [Klager]
- De rechtbank te Rotterdam heeft bij beschikking van 13 oktober 2009 het ingediende beklag (als bedoeld in artikel 552a Sv) strekkende tot teruggave van een auto aan de klager ongegrond verklaard.
- Namens de klager heeft mr. R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld. 3.
- Ambtshalve wijs ik op het volgende. 3.
- Het wettelijk stelsel brengt mee dat op de rechter de plicht rust om, alvorens op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv te beslissen, aan de hand van de hem ter beschikking staande gegevens na te gaan of een ander dan de klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. In dat geval mag de rechter niet treden in de beoordeling van het klaagschrift zonder dat die belanghebbende - indien deze bekend of gemakkelijk traceerbaar is - in de gelegenheid is gesteld om te worden gehoord en om desgewenst zelf een klaagschrift in te dienen.