Nr. 10/03844 B Mr. Knigge Zitting: 13 september 2011 Conclusie inzake: [Klaagster]
(2)Als de Rechtbank het oog heeft gehad op mogelijke toepassing van art. 33a, tweede lid, Sr, dan is haar oordeel ook niet begrijpelijk nu klaagster zelf geen verdachte van witwassen is en zij dus te goede trouw lijkt te zijn wat de misdadige financiering van haar panden betreft. 4.
- Het bestreden oordeel is onvoldoende gemotiveerd. Het middel slaagt dus.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, AG 1 Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [klager] (10/03843 B), in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer. 2 In het kader van art. 94a Sv kent de Hoge Raad in beginsel doorslaggevende betekenis toe aan de inschrijving in het register. Vgl. HR 19 februari 2008, LJN BA7675, NJ 2008, 339 en HR 19 februari 2008, LJN BA7671, NJ 2008, 340 m.nt. Borgers. Ik vermoed dat dit in het kader van art. 94 Sv niet veel anders zal zijn.