← Nederland

ECLI:NL:PHR:2012:BU7359

11/03930 Mr. F.F. Langemeijer 2 december 2011 (incident ter rolle) Conclusie inzake: [Eiseres] tegen [Verweerster] en drie vennoten

  1. In deze handelszaak is het griffierecht niet op tijd voldaan.
  2. Bij dagvaarding van 28 maart 2011 heeft eiseres tot cassatie (hierna: [eiseres]) beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 december 2010

(1). De zaak is op 2 september 2011 voor de eerste maal uitgeroepen ter terechtzitting. Gedaagden in cassatie zijn niet verschenen; [eiseres] heeft verzocht tegen hen verstek te verlenen
(2).
  1. Bij brief van 5 september 2011 heeft de griffie van de Hoge Raad aan de advocaat van [eiseres] bericht dat het voorlopig griffierecht is vastgesteld op € 710,-. De brief bevat de standaardmededeling: "Dit bedrag wordt binnenkort afgeboekt van uw rekening-courant of u ontvangt een acceptgiro van de Centrale Financiële Dienst in het Paleis van Justitie". Het verschuldigde griffierecht is betaald op 5 oktober
  2. De griffier heeft ambtshalve opgemerkt dat het griffierecht niet op tijd is betaald. Blijkens de zaaksadministratie is op 1 november 2011 (telefonisch) aan de advocaat van [eiseres] gelegenheid geboden zich ter rolzitting over de te late betaling uit te laten. Ter rolzitting van 4 november 2011 heeft de advocaat van [eiseres] slechts een akte m.b.t. de domiciliekeuze genomen en volhard in het verzoek tot verlening van verstek, zonder zich uit te laten over de te late betaling van het griffierecht.
  3. Ingevolge artikel 3 lid 3 Wet griffierechten burgerlijke zaken behoorde [eiseres] ervoor zorg te dragen dat het door haar verschuldigde griffierecht binnen vier weken na uitroeping van de zaak ter terechtzitting was bijgeschreven op de rekening van de griffier van de Hoge Raad dan wel ter griffie van de Hoge Raad was gestort. De wettelijke betalingstermijn liep af op 30 september
  4. [Eiseres] heeft het griffierecht niet tijdig voldaan. Artikel 409a lid 2 Rv bepaalt dat de niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep hiervan de consequentie is.
  5. Art. 127a lid 3 in verbinding met art. 409a lid 3 Rv biedt een mogelijkheid om deze sanctiebepaling buiten toepassing te laten indien de rechter van oordeel is dat de toepassing van die bepaling, gelet op het belang van een of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Op deze uitzondering is in dit geding geen beroep gedaan. Uit het griffiedossier blijkt niet van omstandigheden die nopen tot het ambtshalve buiten toepassing laten van het bepaalde in art. 409a lid 2 Rv op de in art. 127a lid 3 Rv genoemde grond. De enkele mededeling dat nog een acceptgiro zal volgen
(3)brengt niet mee dat de wettelijke betalingstermijn niet zal worden gehandhaafd. Conclusie De conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, a. - g. 1 Op 12 augustus 2011 is een herstelexploot uitgebracht. 2 Met betrekking tot het verzoek om verstekverlening is mondeling conclusie genomen. 3 Voor zover uit de zaaksadministratie blijkt heeft de betrokken advocaat geen rekening-courantverhouding met de griffie.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.