Nr. 10/02428
(3). In dat licht is 's Hofs overweging dat het een personenauto met een betrekkelijk geringe waarde betreft niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het Hof niet gehouden, in aanmerking genomen dat blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 22 april 2010 het door de raadsman aangevoerde niet meer inhoudt dan dat hij de door de advocaat-generaal gevorderde verbeurdverklaring van de personenauto van verdachte buitenproportioneel vindt, zonder dat de raadsman aangeeft waarom hij dat vindt en van welke waarde van de auto hij dan wel uitgaat.
- Het middel faalt derhalve.
- Het derde middel klaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.
- Het middel is terecht voorgesteld. Op 11 mei 2010 is beroep in cassatie ingesteld en de stukken zijn eerst op 14 februari 2001, ruim negen maanden later, bij de Hoge Raad ingekomen. De redelijke termijn is derhalve overschreden. Gelet echter op de opgelegde straf en de mate van overschrijding meen ik dat de Hoge Raad kan volstaan met de constatering van die overschrijding.