Nr. 11/04761 Mr. Hofstee Zitting: 22 mei 2012 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Omdat het door de raadsman over de onderbroek van zijn cliënt aangevoerde zijn weerlegging vindt in de door het Hof bevestigde bewijsbeoordeling van de Rechtbank en het deze bewijsbeoordeling niet kan aantasten, was het Hof niet gehouden tot een nadere motivering.
- Het middel faalt.
- Het tweede middel klaagt eveneens over de bewijsmotivering doordat het Hof niettegenstaande zijn bevestiging van het promisvonnis van de Rechtbank een aanvulling als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv heeft opgemaakt.
- Het middel berust op de misvatting dat een door het Hof bevestigd promisvonnis niet door hem zou mogen worden aangevuld met een bewijsmiddelenoverzicht in de zin van art. 365a, tweede lid Sv. Volgens de steller van het middel doet zich hier een situatie voor die in hoge mate vergelijkbaar is met de situatie die leidde tot HR 15 maart 2011, LJN BP1284, NJ 2011/
- Ik meen dat deze vergelijking mank gaat. In de zaak waar de Hoge Raad zich in zijn arrest van 15 maart 2011, LJN BP 1284 over boog, had het Hof namelijk een verkort arrest gewezen met een aanvulling en had het Hof in die aanvulling slechts volstaan met een opgave van de vindplaatsen van de bewijsmiddelen (met weglating van de inhoud ervan). Dat was niet toegestaan omdat het niet om een bekennende verdachte ging. In die zaak ontbraken dus - anders dan in het onderhavige geval - zowel in het verkort arrest als in de aanvulling daarop een volledige aanhaling van de gebezigde bewijsmiddelen waaraan de redengevende feiten en omstandigheden waren ontleend.
- Het middel is tevergeefs voorgesteld.
- Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Een blik over de papieren muur leert dat de verbalisant die bij verzoekers aanhouding aanwezig was op dit punt zeer duidelijk is in zijn tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring.