Nr. 11/02543 Mr. Silvis Zitting: 11 september 2012 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)De hier relevante omstandigheid waarop het Hof zich in zijn reactie op het door de raadsman van de verdachte gevoerde bewijsweer heeft beroepen, is dat de elektrische installatie die de verdachte voor zijn hennepkwekerij heeft gebruikt 'tamelijk complex' was. Het Hof heeft deze omstandigheid blijkens zijn overwegingen ontleend aan een aantal zich in het dossier bevindende foto's van de genoemde elektrische installatie. Gelet op het beperkte belang van deze omstandigheid voor de bewijsvoering van het Hof in haar geheel - het Hof heeft enkel op deze omstandigheid gewezen om nader duidelijk te maken dat de verdachte, die ter terechtzitting in hoger beroep zelf heeft verklaard de stroomvoorziening van de hennepkwekerij eigenhandig te hebben aangelegd, kan worden aangemerkt als een kundig persoon waar het de werking van elektrische installaties betreft -, kan niet worden gezegd dat het Hof in dit verband in strijd heeft gehandeld met de door de Hoge Raad gestelde nauwkeurigheidseisen.
- Het tweede middel faalt daarom.
- Het derde middel betreft het bevel van het Hof tot onttrekking aan het verkeer van 4521 inbeslaggenomen pillen.
- Het bestreden arrest houdt - voor zover relevant - in (blz. 5 en 7): "Beslag De hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte onder 1 begane feit aangetroffen. Zij behoren aan verdachte toe en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. (...) BESLISSING Het hof: (...) De in beslag genomen voorwerpen Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: - 4521.00 STK Drugs (pillen)."
- In de toelichting op het middel wordt gesteld dat zonder nadere motivering niet begrijpelijk is, dat het Hof heeft geoordeeld dat de bij de verdachte inbeslaggenomen pillen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten als de in de onderhavige zaak onder 1 bewezen verklaarde overtreding van art. 3, onder B, van de Opiumwet. Voor zover de steller van het middel in de toelichting opmerkt dat het Hof in zijn arrest niet heeft vastgesteld dat het bij de genoemde pillen gaat om pillen waarop de verboden van de Opiumwet betrekking hebben, ontbeert het middel een feitelijke grondslag. Dat de inbeslaggenomen pillen als zodanige pillen gelden ligt in de overweging van het Hof dat deze pillen "kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten dan wel tot de opsporing daarvan" immers eenvoudigweg besloten. Het Hof heeft de inbeslaggenomen pillen in het dictum bovendien nader aangeduid als "4521.00 STK Drugs (pillen)". Nu de overwegingen van het Hof in het bestreden arrest - anders dan de overwegingen van de rechter in de zaak waarover het door de steller van het middel aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 6 mei 1997 (NJ 1997/655) ging - geen enkele aanleiding geven eraan te twijfelen dat de pillen inderdaad voor onttrekking aan het verkeer in aanmerking komen en in de toelichting op het middel ook niets wordt aangedragen wat in dit verband relevant is, treft het middel geen doel.
- Het derde middel faalt.
- Het tweede en het derde middel falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Met dien verstande dat de bewezenverklaring van het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening niet wordt uitgesloten enkel doordat de verdachte meende dat de in de bewezenverklaring bedoelde zaken reeds "feitelijk aan de verdachte toebehoorden", aldus HR 15 juni 1999, LJN ZD1496, rov. 3.
- 2 Zie HR 23 oktober 2007, LJN BA5858, NJ 2008, 70.