Nr. 11/02617 Mr. Machielse Zitting 18 september 2012 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)Voorts heeft het hof niet aangewezen uit welk bewijsmiddel iets kan blijken over de legale inkomsten van [medeverdachte 1]. De constatering dat verdachte zelf geen legale inkomsten had is ook niet aan een wettig bewijsmiddel te ontlenen. Van forse uitgaven voor het maken van reizen is dus nergens steun te vinden. Ik kan niet zeggen dat het verzuim van het hof in het licht van de hele bewijsvoering een omstandigheid van zo ondergeschikte aard is dat het aan de toereikendheid van de bewijsmotivering niet zou afdoen. Het doen van forse uitgaven is immers gerelateerd aan het ontbreken van voldoende legale inkomsten, en van dat laatste blijkt evenmin. Voor zover het middel bedoelt te klagen over dit gebrek in de bewijsvoering gaat het mijns inziens op. 4.
- Het tweede middel klaagt over schending van de redelijke termijn, omdat na de uitspraak tot het moment van indiening van de schriftuur al bijna 14 maanden zijn verstreken. De steller van het middel betoogt dat onzeker is wanneer de Hoge Raad uitspraak zal doen, dat er daarom sprake is van schending van de redelijke termijn en dat de straf zal moeten worden verminderd. 4.
- Op 9 maart 2011 is cassatie ingesteld en op het moment dat deze conclusie wordt genomen is de redelijke termijn in cassatie nog niet overschreden. Er zijn immers sindsdien nog geen twee jaren verstreken. Het middel faalt.
- Het eerste middel komt mij gegrond voor. Het tweede middel faalt en kan met de aan artikel 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Ambtshalve heb ik overigens geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Deze zaak hangt samen met de nrs. 12/00649 ([medeverdachte 2]), 11/00924 ([medeverdachte 9]), 11/01074 ([medeverdachte 4]), 11/01106 ([medeverdachte 5]), 11/01188 ([medeverdachte 6]), 11/01297 ([medeverdachte 8]), 11/00920 ([medeverdachte 1]), 12/00643 ([medeverdachte 3]), in welke zaken ik ook vandaag concludeer. 2 HR 23 oktober 2007, LJN BA5851, NJ 2008, 69.