Nr. 11/01064 Mr. Aben Zitting 2 oktober 2012 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2), maar dat die verlate aanvulling wel (mede) ertoe heeft geleid dat de stukken pas op 18 november 2011 ter griffie van de Hoge Raad zijn ontvangen. Dat betekent dat i.c. sprake is van een overschrijding van de inzendtermijn met nagenoeg drie weken. Nu het eerste middel naar mijn inzicht zal moeten slagen, zal de rechter naar wie de zaak wordt verwezen deze termijnoverschrijding in acht kunnen nemen bij de strafoplegging.
- Het eerste en derde middel slagen. Het tweede middel kan met de aan art. 81 RO ontleende motivering worden afgedaan.
- Gronden die tot ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak zouden behoren te leiden, heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de beslissing ten aanzien van feit 1 en de strafoplegging, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Deze zaak hangt samen met de zaak 11/05112 waarin ik heden eveneens concludeer. 2 Zie o.m. HR 24 maart 1998, NJ 1998/557.