← Nederland

ECLI:NL:PHR:2013:1131

Nr. 12/03022 Zitting: 10 september 2013 Mr. Vegter Conclusie inzake: [verdachte]

  1. Het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest 29 mei 2012 verdachte wegens “medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 200 uren, vervangende hechtenis 100 dagen, met aftrek volgens art. 27 Sr. Voorts is de teruggave gelast aan de verdachte van een in beslag genomen computer.
  2. Deze zaak hangt samen met de zaak tegen [medeverdachte] (nr. 12/05906), waarin ik vandaag standpunt/conclusie zal nemen.
  3. De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld. Namens hem heeft mr. J. Ruijs, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
  4. Het middel klaagt dat het Hof de oplegging van een hogere straf dan opgelegd door de rechtbank en gevorderd door de Advocaat-Generaal onvoldoende heeft gemotiveerd. In het bijzonder houdt de klacht in dat het Hof in zijn uitspraak niet heeft vermeld welke straf zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.
  5. Het Hof heeft omtrent de strafoplegging als volgt overwogen: “Oplegging van straf De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken en de omvang van de schade voor de gedupeerden, is het hof van oordeel dat oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van langere duur dan opgelegd door de rechtbank en gevorderd door de advocaat-generaal, passend en geboden is. Verdachte heeft deelgenomen aan een oplichtingsconstructie, waarbij diverse goederen via internet te koop werden aangeboden. Na ontvangst van de betalingen werd echter niet tot levering van die goederen overgegaan. Verdachte, die een belangrijke schakel in de oplichtingsketen vormde, is volstrekt voorbij gegaan aan de gevolgen van zijn handelen voor de financieel gedupeerde slachtoffers. Hij heeft het vertrouwen dat consumenten moeten kunnen stellen in internettransacties via veilingsites als Marktplaats.nl ernstig beschaamd. Dit rekent het hof verdachte aan. Het hof heeft acht geslagen op de omvang van de schade en de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Uit het op naam van verdachte gestelde uittreksel justitiële documentatie blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor feiten gepleegd na het bewezenverklaarde. Ten slotte heeft het hof bij de strafoplegging acht geslagen op het feit dat de redelijke termijn waarbinnen de berechting plaats dient te vinden is geschonden.”
  6. Uw Raad heeft in een arrest van 17 juni 2008 overwogen dat met oog op de controle in cassatie, de rechter in geval van vermindering van de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in zijn uitspraak dient aan te geven in welke vorm of mate de straf is verlaagd. De uitspraak dient dus te vermelden welke straf zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.
  7. Het Hof heeft niet vermeld welke straf zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden en uit de motivering van het Hof valt ook anderszins niet af te leiden in welke mate de overschrijding van de redelijke termijn de opgelegde straf heeft bepaald. De slotsom is dat de opgelegde straf onvoldoende is gemotiveerd.
  8. Het middel slaagt. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
  9. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG HR 17 juni 2008, LJN BD2578, NJ2008/358, m. nt. Mevis, r.o. 3.24.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.