13/01171 Mr. P. Vlas Zitting, 1 november 2013 Conclusie inzake: [verzoeker] (hierna: verzoeker) tegen de Staat der Nederlanden, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de Staat) 1. Het gaat in deze zaak om een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op de voet van art. 17 Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). De zaak komt naar mijn mening in aanmerking voor toepassing van art. 81 lid 1 RO, zodat met een verkorte conclusie wordt volstaan. 2. De relevante feiten in cassatie zijn als volgt. Verzoeker is in 1977 vanuit Turkije naar Nederland gekomen om deel te gaan uitmaken van het gezin van [betrokkene 1]. Verzoeker is op 27 april 1978 in Nederland ingeschreven als [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] (Turkije) tijdens het huwelijk van [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Dit huwelijk is op 14 februari 1972 door echtscheiding ontbonden. [betrokkene 1] is vervolgens op 29 september 1972 gehuwd met [betrokkene 3] die, komende uit Turkije, op 15 maart 1973 is ingeschreven in Nederland. 3. Op 29 mei 1991 heeft verzoeker een naturalisatieverzoek ingediend met gebruikmaking van de persoonsgegevens [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats], waarbij een geboortebewijs en een Turks paspoort is overgelegd waaruit deze personalia blijken. Bij Koninklijk Besluit van 14 november 1992 is aan [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats], het Nederlanderschap verleend. 4. De Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft zich nadien op het standpunt gesteld dat verzoeker in de naturalisatieprocedure gebruik heeft gemaakt van een onjuiste identiteit en dat verzoeker een andere persoon is dan [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats]. Het Koninklijk Besluit van 14 november 1992 identificeert hem niet, zodat het besluit ten aanzien van hem rechtsgevolg mist en verzoeker nimmer Nederlander is geweest. Volgens verzoeker is van valse identiteitsgegevens geen sprake. 5. In deze procedure vraagt de verzoeker krachtens art. 17 Rijkswet op het Nederlanderschap dat vastgesteld wordt dat hij in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Bij beschikking van 13 december 2012 heeft de rechtbank ’s-Gravenhage dit verzoek afgewezen, overwegende dat de in de geboorteakte opgenomen persoonsgegevens verzoeker niet identificeren, dat verzoeker niet [verzoeker] geboren op [geboortedatum] 1970 is, dat van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verzoeker toch voldoende identificeerbaar is niet is gebleken, en ten slotte dat verzoeker zich tevergeefs beroept op verschillende internationale verdragsbepalingen. 6. Verzoeker heeft tijdig cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank. De Staat heeft verweer gevoerd. 7. Het middel betoogt allereerst (onder III.4) dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat verzoeker zich heeft bediend van valse of fictieve persoonsgegevens, omdat de omstandigheid dat [verzoeker] niet het natuurlijke kind is van de in Turkije als wettige ouders aangemerkte [betrokkene 2] en [betrokkene 1], onverlet laat dat verzoeker vanaf zijn geboorte uitsluitend heeft beschikt over de naam en identiteit waarmee hij zijn naturalisatie heeft aangevraagd. Aldus kan niet worden gesteld dat verzoeker zich heeft bediend van valse of onjuiste persoonsgegevens, omdat daarvoor tenminste vereist is dat er gronden zijn om aan te nemen dat verzoeker (ook) beschikt over een andere naam of een andere identiteit, hetgeen bij verzoeker niet het geval is. Verzoeker kan volgens het middel geen identiteitsfraude worden aangerekend omdat hij nimmer een andere identiteit heeft gehad dan [verzoeker]. 8. Voorop kan worden gesteld dat de rechtbank bij de beoordeling van het verzoek de juiste maatstaf heeft gehanteerd, te weten of verzoeker het naturalisatiebesluit heeft verkregen met gebruikmaking van valse of fictieve persoonsgegevens en, zo dat het geval is, of bijzondere omstandigheden kunnen meebrengen dat verzoeker wel voldoende geïdentificeerd was (vgl. rov. 4.1). 9. De klacht is tevergeefs voorgesteld omdat het bestreden oordeel van de rechtbank is gebaseerd op:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.