13/00645 mr. Van Peursem Zitting 8 november 2013 Conclusie inzake:
(2005), nr. 205 menen dat voor alle gevallen waarin belanghebbenden buiten hun schuld niet eerder zijn verschenen, cassatie open dient te staan. Zie ook HR 7 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD6831, NJ 2002, 38, waarover Snijders/Klaassen/Meijer, Nederlands burgerlijk procesrecht, 2011, nr.
- Van der Velde, aant. 3.5.3.3 op art. 5 EVRM, Losbladige EVRM R&C, 2004, Beekhoven van den Boezem, aant. 3 op Eerste afdeling Rv, Groene Serie Burgerlijke Rechtsvordering, Verstijlen, aant. 4 op art. 87 Fw, Losbladige Faillissementswet ,2012, HR 2 december 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4705, NJ 1984, 306, EHRM 25 september 2003, ECLI:NL:XX:2003:AP0928, NJ 2004,
- Elskamp/Verstijlen, aant. 4 op art. 87 Fw, T&C Insolventierecht
(2012), Pannevis, Polak Insolventierecht, 2011, p. 229, Verstijlen, aant. 4 op art. 87 Fw, Losbladige Faillissementswet, 2012, Kazan, Overzichtsartikel: insolventierecht en het EVRM, TvI 2006, p. 20, Van Apeldoorn, Mensenrechten en insolventie, TvI 2002, p. 60 en Keizers, De faillissementsgijzeling nader beschouwd, AA 1985, p.
- Volgens de jurisprudentie van Uw Raad vloeit uit art. 5 EVRM echter niet de verplichting voort de gefailleerde te horen alvorens de inbewaringstelling te bevelen: HR 19 januari 1990, ECLI:NL:1990:AD1008, NJ 1991,
- Voorts is geoordeeld dat ook in appel bij de beoordeling van de voortzetting van de inbewaringstelling een belangenafweging moet worden gemaakt waarbij het recht op persoonlijke vrijheid van de gefailleerde zwaarder weegt naarmate de vrijheidsberoving langer duurt: HR 22 juli 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0324, NJ 1991,
- Asser Procesrecht/Veegens-Korthals Altes- Groen