Nr. 13/02930 B Mr. Harteveld Zitting 17 december 2013 Conclusie inzake: [klager]
- De Rechtbank te ‘s-Hertogenbosch heeft bij beschikking van 8 februari 2013 het namens de klager ingediende beklag ex art. 552a Sv gegrond verklaard en de teruggave aan de klager gelast van een computer (notebook), merk Toshiba.
- Tegen deze beschikking is door de officier van justitie, mr. C. Potter, cassatieberoep ingesteld.
- De plaatsvervangend officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Brabant, mr. M.E. de Meijer, heeft een middel van cassatie voorgesteld. 4.
- Het middel klaagt onder meer dat de Rechtbank bij haar beslissing een onjuiste maatstaf heeft toegepast. 4.
- De bestreden beschikking houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: “Het klaagschrift strekt tot opheffing van het op 15 november 2012 door de politie Brabant-Noord gelegde beslag op een aan klager toebehorende computer (notebook), merk Toshiba L30-101, kleur grijs en de teruggave daarvan aan klager. (…) De officier van justitie heeft zich verzet tegen de inwilliging van het klaagschrift. De beoordeling Het klaagschrift is tijdig ingediend, immers binnen twee jaren na voornoemde inbeslagneming. De raadsman heeft zich kort gezegd op het standpunt gesteld dat de zaak ten behoeve waarvan in het kader van de waarheidsvinding de betreffende computer in beslag is genomen reeds een ouder feit betreft en dat met het laten voortduren van het beslag geen strafvorderlijk belang meer is gediend nu van de harde schijf een zogeheten 'image' kan worden gemaakt. De rechter is van oordeel dat het openbaar ministerie voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om de computer te onderzoeken en acht aldus beslag op de computer in het belang van de waarheidsvinding op dit moment niet meer aan de orde. Daarbij heeft zij gelet op het feit dat het hier om een oudere zaak gaat en op het feit dat kennelijk nog geen enkele uitsluitsel kan worden gegeven over wanneer de computer zal worden onderzocht. En voorts heeft zij gelet op het feit dat klager belang heeft bij het kunnen gebruiken van zijn computer. Derhalve zal de rechtbank het klaagschrift gegrond verklaren als hierna te melden. De rechtbank overweegt hierbij dat het aan het openbaar ministerie is om te beslissen of de computer teruggegeven wordt zonder de eventueel als verdacht aan te merken gegevens of dat de computer wordt teruggegeven zoals hij is aangetroffen bij klager. De beslissing: De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van de computer (notebook), merk Toshiba L30-101, kleur grijs, aan [klager] voornoemd.” 4.
- Hoewel de Rechtbank niet expliciet heeft vastgesteld op welke grond het beslag is gelegd, kan in cassatie echter ervan worden uitgegaan dat het hier een op de voet van art. 94 Sv onder de klager in beslag genomen computer betreft. Een en ander blijkt duidelijk uit de stukken van het geding (zie o.m. het politiedossier en het klaagschrift), alsmede uit de door de Rechtbank aangelegde maatstaf. 4.
- In geval van een beklag van de beslagene tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor art. 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het inbeslaggenomene kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door art. 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in art. 36b, eerste lid onder 4°, Sr in verbinding met art 552f Sv. 4.
- Het belang van de strafvordering omvat dus ingevolge het bepaalde in art 94, eerste en tweede lid, Sv kort gezegd de waarheidsvinding en de mogelijkheid van verbeurdverklaring en onttrekking aan het verkeer. Door te overwegen als hiervoor onder 4.2 is weergegeven heeft de Rechtbank enkel het belang van de waarheidsvinding in ogenschouw genomen, en zich niet tevens gebogen over de vraag of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet omdat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomene verbeurd zal verklaren dan wel zal onttrekken aan het verkeer. Derhalve heeft de Rechtbank een te beperkte - en daarmee een onjuiste - maatstaf aangelegd. 4.
- Het middel is derhalve terecht voorgesteld en behoeft voor het overige geen bespreking meer.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden beschikking ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, rov. 2.9 en 2.
- Vgl. HR 1 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI
- In voornoemde zaak speelde het omgekeerde: de Rechtbank had de teruggave van het beslag bevolen, enkel en alleen op de grond dat aan het criterium was voldaan dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter later oordelend het inbeslaggenomene verbeurd zou verklaren of zou onttrekken aan het verkeer. Het belang van de waarheidsvinding had zij uit het oog verloren.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.