Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden mr. M.E. van Hilten Advocaat-Generaal Conclusie van 13 september 2013 inzake: HR nr. 12/01620 [X] B.V. Hof nr. 08/00110 DK Rb nr. AWB 07/4330 Derde Kamer A tegen Douanerechten 2006 staatssecretaris van Financiën 1Inleiding 1.1. Hoewel het Hof van Justitie van de EU (hierna: HvJ) zich over de indeling van gegiste dranken waaraan gedistilleerde alcohol is toegevoegd al heeft uitgelaten in zijn arrest van 7 mei 2009, Siebrand, C-150/08, BNB 2009/160 (hierna: arrest Siebrand), zijn de indelingsproblemen rond dergelijke dranken de wereld nog niet uit. Getuige onder meer deze zaak, waarin een gegiste drank met diverse toevoegingen, waaronder gedistilleerde alcohol, moet worden ingedeeld. 1.2. De drank in kwestie is Petrikov Creamy Green (hierna: Petrikov), een ondoorzichtige, groen gekleurde drank met een alcoholgehalte van 13,4% vol. (waarvan meer dan de helft van vergisting afkomstig). Rechtbank Haarlem (hierna: de Rechtbank) was van oordeel dat Petrikov als gegiste drank moet worden ingedeeld onder post 2206 van de Gecombineerde Nomenclatuur (verder: GN), hof Amsterdam (hierna het Hof) oordeelde dat Petrikov een likeur (c.q. een drank met gedistilleerde alcohol) van post 2208 van de GN is. 1.3. Het oordeel van het Hof dat sprake is van een likeur acht ik feitelijk en niet onbegrijpelijk. Het Hof heeft het oordeel dat er sprake is van een likeur, behalve op “hetgeen partijen over en weer hebben gesteld” gebaseerd op objectieve eigenschappen van het product, zoals suikergehalte en kleur. 1.4. Het ten overvloede gegeven oordeel van het Hof dat Petrikov - gezien de GS-toelichting op post 2206 en de uitlegging van die post door het HvJ in het arrest Siebrand - niet onder post 2206 van de GN kan worden ingedeeld, acht ik juist, zij het dat ik de daartoe gebezigde argumenten van het Hof niet volg. 1.5. De door belanghebbende aangevoerde (zes) middelen treffen geen van alle doel. Ik concludeer tot het ongegrond verklaren van het beroep in cassatie. 2Feiten en procesverloop 2.1. Belanghebbende heeft op 6 december 2005 een aanvraag ingediend voor een bindende tariefinlichting (hierna: bti) voor het product “Petrikov Creamy Green”, blijkens het aanvraagformulier een: “gearomatiseerde drank op basis van gefermenteerde alcohol versterkt met gedistilleerde alcohol tot 12,5% vol.” 2.2. Petrikov is in de aanvraag als volgt omschreven: “Ingrediënten: gefermenteerde alcohol, suiker, magere melk, alcohol, plantaardig vet, aroma. Een groen gekleurde vloeistof op basis van minimaal 50% in gisting gebracht sap/most niet afkomstig uit druiven, krenten of rozijnen. De drank is verpakt in een glazen fles met een inhoud van minder dan 2,0 liter.” Blijkens de aanvraag staat belanghebbende indeling van het product onder post 2206 00 59 van de GN voor. Deze tariefpost betreft ‘andere gegiste dranken, mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken’. 2.3. Het Douane Laboratorium heeft een monster van Petrikov onderzocht. De uitslag van dit monsteronderzoek vermeldt dat het alcoholgehalte van het genomen monster 13,4% vol. bedroeg en dat het op basis van de chemische samenstelling waarschijnlijk was dat 51% van de in het eindproduct aanwezige alcohol van vergisting afkomstig was. In de uitslag van het monsteronderzoek wordt geen indeling in een bepaalde goederencode geadviseerd. 2.4. De inspecteur van de Belastingdienst/[Q], heeft met dagtekening 22 maart 2006 een bti afgegeven. Anders dan belanghebbende voorstond, is Petrikov in deze bti ingedeeld onder post 2208 70 10 van de GN (‘likeuren in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 liter’). In de bti is de volgende omschrijving opgenomen: “Petrikov (…), zijnde een groene ondoorzichtige likeur, verpakt in een glazen fles met een inhoud van 1 liter. De likeur is vervaardigd van onder andere gefermenteerde alcohol, suiker, magere melk, gedistilleerde alcohol, plantaardig vet en verschillende aroma’s.” 2.5. Belanghebbende heeft tijdig bezwaar gemaakt tegen de bti. 3Geding voor de Rechtbank en het Hof 3.1. De Rechtbank 3.1.1. Bij brief van 27 juni 2007 heeft belanghebbende beroep ingesteld bij de Rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het bezwaar. De Inspecteur heeft bij uitspraak van 10 juli 2007 het bezwaar (alsnog) ongegrond verklaard. Bij de Rechtbank was de indeling van Petrikov in de GN in geschil. 3.1.2. Naar het oordeel van de Rechtbank is Petrikov een gegiste drank als bedoeld in tariefpost 2206 van de GN omdat het product zijn wezenlijke karakter ontleent aan fruitwijn met de ingrediënten suiker, magere melk, plantaardig vet en verschillende aroma’s, en dit karakter behoudt, ook na de toevoeging van gedistilleerde alcohol. 3.1.3. Bij uitspraak van 20 december 2007, nr. AWB 07/04330, ECLI:NL:RBHAA:2007:BC1022, NTFR 2008, 125, heeft de Rechtbank het beroep gegrond verklaard, de bestreden uitspraak op bezwaar en de bti vernietigd, vastgesteld dat Petrikov moet worden ingedeeld onder post 2206 00 59 90 van de GN en bepaald dat de Inspecteur conform haar uitspraak een bti aan belanghebbende dient te verstrekken. 3.2. Het Hof 3.2.1. De Inspecteur heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij het Hof. Het Hof heeft het geschil omschreven als het antwoord op de vraag of Petrikov in de afgegeven bti terecht onder post 2208 70 10 van de GN is ingedeeld. 3.2.2. Ten behoeve van de beoordeling van het geschil heeft het Hof twee deskundigen benoemd, hen verzocht een derde deskundige aan te wijzen, en door middel van sensorisch onderzoek over te gaan tot beantwoording van de vraag of Petrikov een drank is op basis van gegiste alcohol, die door toevoeging van gedistilleerde alcohol, water, suikersiroop, aroma’s, en kleur- en smaakstoffen de smaak, geur en/of het uiterlijk van een uit een bepaalde vrucht of uit een bepaald natuurproduct vervaardigde drank heeft verloren, waardoor deze niet onder post 2206 van de GN valt maar onder post 2208 daarvan. 3.2.3. De twee deskundigen hebben hun benoeming aanvaard, doch hebben het Hof geadviseerd af te zien van onderzoek naar sensorische eigenschappen. In hun gezamenlijke brief van 31 december 2010, die tot de stukken van het geding behoort, hebben zij het Hof als volgt bericht: “(…) dat er tussen beide deskundigen consensus bestaat over het feit dat het hierbij om een complex vraagstuk gaat. Deze complexiteit heeft onder meer te maken met de wijze waarop dranken zoals “Petrikov (…)” worden gemaakt. Als basis voor de bedoelde dranken wordt een gegiste drank gebruikt, die is geproduceerd op basis van een niet nader omschreven natuurlijke grondstof. Deze gegiste drank heeft door haar productiewijze juist zo weinig mogelijk eigen geur en eigen smaak en is nagenoeg kleurloos. Bij het a-priori nagenoeg afwezig zijn van een ‘oorspronkelijke karakteristieke geur, smaak en/of uiterlijk’ van het basisproduct, zal het dus zeer moeilijk zijn om deze ‘karakteristieke geur, smaak en/of uiterlijk’ van het basisproduct in een daarvan gemaakt eindproduct op basis van sensorisch onderzoek vast te stellen. (…) De beide deskundigen (…) zouden het Gerechtshof willen adviseren om terzake van de tariefindeling van het product “Petrikov (…)”, af te zien van onderzoek op sensorische eigenschappen, aangezien het onwaarschijnlijk is dat het basisproduct (…) sensorisch is waar te nemen. Analytisch instrumenteel onderzoek van stoffen (vergistingsbijproducten) die duiden op een natuurlijke vormingswijze van het ferment dat als basis dient voor het eindproduct is uiteraard mogelijk, echter de aanwezigheid van deze vergistingsproducten geeft geen antwoord op de vraag of het product de oorspronkelijke geur/smaak behouden heeft.” 3.2.4. Het Hof heeft daarop besloten af te zien van deskundigenonderzoek. 3.2.5. Omtrent de indeling van Petrikov overwoog het Hof het volgende: “6.4. (…) Het Hof zal partijen volgen in hun standpunt dat het basisproduct een “drank” is, nu het Hof uit hetgeen partijen naar voren hebben gebracht afleidt, dat de primaire bestemming van dit product niet uitsluitend de bereiding van het (eind)product Petrikov is (vgl. HvJ 14 juli 2011, Paderborner Brauerei Haus Cramer KG, zaak C-196/10). 6.5. Op grond van de uitslag van het monsteronderzoek en hetgeen partijen over en weer hebben gesteld en van visuele waarneming van de overgelegde monsterflessen van het basisproduct en het eindproduct Petrikov, is het Hof van oordeel dat dit product door een hoog suikergehalte, de toevoeging van gedistilleerde alcohol, van aroma’s en van roombase, en door de groene kleur de objectieve kenmerken en eigenschappen van een likeur van post 2208 70 van de GN heeft. De GS-toelichting op post 2208 van de GN biedt steun aan dit oordeel. Daaraan doet het vermelde in de door belanghebbende aangehaalde Verordeningen van de Raad (EEG nr. 1576/89 van 29 mei 1989 en EG nr. 110/2008 van 15 januari 2008) en van het productschap dranken niet af, nu deze verordeningen niet van invloed zijn op de indeling van goederen in de GN.” 3.2.6. Ten overvloede voegde het Hof hieraan nog toe: “6.6. (…) dat het Hof van Justitie in zijn sub 6.1. vermelde arrest voor recht heeft verklaard dat dranken op basis van gegiste alcohol, die aanvankelijk strookten met post 2206 van de GN en waaraan in enige mate gedistilleerde alcohol, water, suikersiroop, aroma’s, kleur- en smaakstoffen en – wat enkele daarvan betreft – een roombase zijn toegevoegd, waardoor zij de smaak, geur en/of het uiterlijk van een uit een bepaalde vrucht of uit een bepaald natuurproduct vervaardigde drank hebben verloren, niet onder post 2206 van de GN vallen, maar onder post 2208 daarvan. De deskundigen hebben aan het Hof te kennen gegeven dat het basisproduct ferment 5-9394 door zijn productiewijze zo weinig mogelijk eigen geur en smaak heeft en nagenoeg kleurloos is. Zij stellen zich op het standpunt dat een oorspronkelijke karakteristieke geur smaak, en/of uiterlijk nagenoeg afwezig is. Partijen hebben dit standpunt van de deskundigen niet bestreden. Dit duidt erop dat het onderhavige ferment nimmer de smaak, geur en/of het uiterlijk van een uit een bepaalde vrucht of uit een bepaald natuurproduct door vergisting verkregen drank heeft gehad, en dus - mede gelet op de GS-toelichting op post 2206 - ook niet onder post 2206 kon worden gerangschikt. Veeleer diende dit product onder post 2208 van de GN te worden ingedeeld. De toevoeging van suiker, roombase en aroma’s waardoor het (eind)product Petrikov ontstaat, kan er bezwaarlijk toe leiden dat dit (eind)product dan wel onder post 2206 kan worden gerangschikt. 3.2.7. Tot slot heeft het Hof (punt 6.8 van de uitspraak) overwogen niet gebonden te zijn aan door het Directoraat-Generaal Taxation and Customs van de Europese Commissie gegeven interpretaties van arresten van het Hof van Justitie, en heeft het in punt 6.7 van zijn uitspraak belanghebbendes beroep op het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 7 oktober 2005, nr. CCP2005/1510M, verworpen: “(…) reeds omdat dit besluit niet ziet op likeuren.” 3.2.8. Het Hof heeft bij uitspraak van 9 februari 2012, nr. 08/00110 DK, ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6616, NTFR 2012, 572, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond verklaard. 4Het geding in cassatie 4.1. Belanghebbende heeft tijdig en op regelmatige wijze beroep in cassatie ingesteld. Zij stelt zes middelen van cassatie voor. De eerste vijf middelen van het beroepschrift in cassatie richten zich met diverse argumenten tegen de indeling van Petrikov in post 2208 70 10 van de GN. Het zesde middel ziet op het door het Hof achterwege laten van een veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten. In onderdeel 8 - waarin de cassatiemiddelen worden besproken - citeer ik elk van de middelen. 4.2. De staatssecretaris van Financiën (hierna: de Staatssecretaris) heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Staatssecretaris heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden gelegenheid een conclusie van dupliek in te dienen. 5‘Hoofdstuk 22: Dranken, alcoholhoudende vloeistoffen en azijn’ 5.1. Naar uit het voorgaande duidelijk moge zijn, staan in de onderhavige procedure de tariefposten 2206 en 2208 van de GN centraal. Deze posten maken deel uit van hoofdstuk 22 van de GN, getiteld ‘Dranken, alcoholhoudende vloeistoffen en azijn’, en luiden (met inbegrip van de in casu relevante onderverdeling) als hierna vermeld. 5.2. Post 2206 van de GN 5.2.1. De tekst van post 2206 luidt, voor zover relevant: “22 06 Andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honingdrank); mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders onder begrepen (…): (…) (…) - andere (…) (…) - - niet mousserend, in verpakkingen inhoudende - - - niet meer dan 2 l: (…) (…) 2206 00 59 - - - - andere” 5.2.2. De GS-toelichting bij post 2206 vermeldt, voor zover relevant: “Deze post omvat gegiste dranken van alle soorten, andere dan die bedoeld bij de posten 22.03 tot en met 22.05. Onder deze post wordt onder meer ingedeeld: (…) 5. vruchtenwijn, verkregen door gisting van most of van sap van andere vruchten dan verse druiven (…) met een alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5% vol; (…) Zij blijven ook onder deze post ingedeeld wanneer alcohol is toegevoegd of het alcoholvolumegehalte is verhoogd door een verdere gisting, voor zover zij het karakter hebben behouden van producten als bedoeld bij deze post. Deze post omvat eveneens mengsels van alcoholvrije dranken en gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken als bedoeld bij de voorgaande posten van dit hoofdstuk, bijvoorbeeld mengsels van limonade en bier of wijn, mengsels van bier en wijn, met een alcoholgehalte van meer dan 0,5% vol.” 5.3. Post 2208 van de GN 5.3.1. Onder post 2208 vallen, voor zover hier van belang: “2208 Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van minder dan 80% vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten: (…) (…) 2208 70 - likeuren 2208 70 10 - - in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 l” 5.3.2. Post 2208 is in de GS als volgt toegelicht: “Deze post omvat, ongeacht het volumegehalte alcohol: (…) B. likeuren, dat wil zeggen alcoholhoudende dranken waaraan suiker, honing of andere natuurlijke zoetstoffen en extracten of essences zijn toegevoegd (bijvoorbeeld alcoholhoudende dranken verkregen door distillatie of door het mengen van ethylalcohol of gedistilleerde dranken met een of meer van de navolgende producten: vruchten, bloemen of andere plantendelen, extracten, essences, etherische oliën of vruchtensappen, ook indien geconcentreerd). Van deze producten kunnen onder meer worden genoemd: likeuren die suikerkristallen bevatten, likeuren van vruchtensappen, eierlikeuren, likeuren op basis van kruiden, bessen of specerijen, likeuren van thee, chocolade, melk of honing; C. alle andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten en die niet zijn genoemd of niet zijn begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk. (...) Van de producten bij deze post kunnen behalve ethylalcohol met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80% vol, worden genoemd: (…) 7. likeuren, ook wel crèmes genoemd in verband met hun stroperigheid en hun kleur. Zij hebben in het algemeen een betrekkelijk laag alcoholgehalte, maar zijn zeer zoet (crème de cacao, crème de banane, crème de vanille, crème de café, crème de cassis, enz.). Hiertoe behoren eveneens zogenaamde emulsielikeuren, bestaande uit emulsies in alcohol van eieren (advocaat) of van room;” 5.3.3. De GN-toelichting op post 2208 luidt (cursivering MvH): “Gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten, in de zin van deze post, zijn in het algemeen voor menselijke consumptie bestemde alcoholhoudende vloeistoffen die verkregen worden: - hetzij door rechtstreeks distilleren (al dan niet onder toevoeging van aromatische stoffen) uit gegiste natuurlijke vloeistoffen, zoals wijn en cider, of uit gegiste vruchten, gegiste draf, gegiste granen of andere gegiste producten van plantaardige oorsprong; - hetzij door het enkel toevoegen van bepaalde aromatische stoffen en eventueel suiker aan door distillatie verkregen alcohol. (…) Door gisting verkregen alcoholhoudende dranken vallen niet onder deze post (posten 22.03 tot en met 22.06).” 5.4. Bij de indeling van goederen vormen de zogenoemde algemene indelingsregels het uitgangspunt. Primair heeft te gelden (indelingsregel 1) dat voor de indeling wettelijk bepalend zijn de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofstukken. GS- en GN-toelichtingen dienen (slechts) als belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten. 5.5. Uitgaande van de bewoordingen van de posten 2206 en 2208 van de GN, die - naar vaste jurisprudentie van het HvJ - bij de indeling van producten in beginsel beslissend zijn, kan, heel kort door de bocht, worden gezegd dat post 2206 van de GN ziet op dranken met gegiste alcohol en dat post 2208 ziet op dranken die gedistilleerde alcohol bevatten. 5.6. De GS-toelichting op post 2206 veroorzaakt echter enige vertroebeling, omdat daarin is vermeld dat ook (gegiste) dranken waaraan (gedistilleerde) alcohol wordt toegevoegd, onder post 2206 kunnen worden ingedeeld, mits zij het karakter van een ‘post 2206-drank’ hebben behouden (zie de geciteerde passage in punt 5.2.2). Gezien de algemene indelingsregels 2 en – met name – 3b vraag ik mij overigens af hoe groot de toegevoegde waarde is van deze passage uit de GS-toelichting. Deze algemene indelingsregels bepalen immers in wezen ook al wat de GS-toelichting voorschrijft. Voor zover hier relevant citeer ik de algemene indelingsregels 2 en 3 (cursivering MvH): “2 (…) b. Onder een in een post vermelde stof wordt niet alleen verstaan die stof in zuivere staat, doch ook vermengd of verbonden met andere stoffen (…). De vorenbedoelde mengsels (…) worden ingedeeld met inachtneming van de onder 3 vermelde beginselen. 3. a. De post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven de posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld (…) worden die posten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft; b. Mengsels (…) waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3a, worden ingedeeld naar de stof of het goed waaraan de mengsels, (…) hun wezenlijk karakter ontlenen, indien die kan worden bepaald; c. In de gevallen waarin de indeling aan de hand van het bepaalde onder 3a en 3b niet mogelijk is, wordt van de verschillende in aanmerking komende posten, de post toegepast die in volgorde van nummering het laatst is geplaatst.” Met name algemene indelingsregel 3b lijkt aardig overeen te komen met hetgeen in wezen ook in de GS-toelichting op post 2206 van de GN is vermeld: als een drank (na vermenging met andere stoffen) zijn wezenlijke karakter behoudt, blijft hij ingedeeld in de post waaronder hij viel. 5.7. Hoe het ook zij, vastgesteld moet worden dat Petrikov – afgezien van alle andere ingrediënten – zowel gegiste als gedistilleerde alcohol bevat. Daarmee lijkt het product zowel onder de bewoordingen van post 2206 van de GN te kunnen worden gebracht als onder post 2208 van de GN. Dat betekent dat – of het nu is op basis van de algemene indelingsregels of op basis van de GS-toelichting – bepaald moet worden of Petrikov het wezenlijke karakter van een ‘2206-drank’ heeft behouden. Deze vaststelling roept de vraag op wat de criteria zijn voor de bepaling van het wezenlijke karakter van een (mix)drank. 5.8. De zaak Siebrand 5.8.1. De hiervoor gesignaleerde problematiek stond centraal in de zaak die – naar aanleiding van door de Hoge Raad voorgelegde prejudiciële vragen – heeft geleid tot het eerdervermelde arrest Siebrand. Het ging daar – althans zo herformuleerde het HvJ de door de Hoge Raad voorgelegde twee vragen – om de vraag of: “23. (…) dranken op basis van gegiste alcohol, die aanvankelijk strookten met post 2206 van de GN en waaraan in enige mate gedistilleerde alcohol, water, suikersiroop, kleur- en smaakstoffen en (…) een roombase zijn toegevoegd, waardoor zij de smaak, de geur en/of het uiterlijk van een uit een bepaalde vrucht of uit een bepaald natuurproduct vervaardigde drank hebben verloren, vallen onder post 2206 van de GN (…) dan wel onder post 2208 van de GN (…).” 5.8.2. Naar volgt uit dit citaat, nam het HvJ bij de beantwoording van de prejudiciële vraag als uitgangspunt dat de in te delen dranken de smaak, de geur en/of het uiterlijk van een uit een bepaald natuurproduct vervaardigde drank, dat wil zeggen van een gegiste drank hadden verloren. Hieraan verbond het HvJ de conclusie dat de desbetreffende dranken niet onder post 2206 van de GN konden worden ingedeeld: “27. (…) hebben de in het hoofdgeding aan de orde zijnde dranken echter de smaak, de geur en het uiterlijk van een uit een bepaalde vrucht of uit een bepaald natuurproduct vervaardigde drank, dat wil zeggen van een gegiste drank verloren. Dergelijke producten kunnen niet in post 2206 van de GN worden ingedeeld.” 5.8.3. Hieruit valt af te leiden dat kennelijk voor het wezenlijke karakter van een drank de geur en de smaak (de organoleptische eigenschappen) alsmede het uiterlijk belangrijke objectieve kenmerken zijn. Dat volgt ook wel uit de overwegingen die het HvJ wijdt aan de beantwoording van de vraag of de in het arrest Siebrand aan de orde zijnde dranken onder post 2208 van de GN konden worden ingedeeld. Uit die overwegingen komt naar voren dat bij de bepaling van het karakter van een (mix)drank aspecten een rol spelen als de verhouding waarin de gedistilleerde alcohol staat tot de gegiste alcohol, maar met name ook de smaak, de geur en het uiterlijk van het in te delen product. Ik leid dat af uit de overwegingen 33-37 van het arrest Siebrand, die ik hier citeer (en cursiveer): “33 (…) De eindproducten hebben een alcohol-volumegehalte van 14,5 procent, waarvan 2,5 procent aan door gisting van appelwijn verkregen alcohol en 12 procent aan toegevoegd distillaat. 34 Volgens punt VIII van de GS-toelichting op algemene regel 3 b kan het voor het karakter van een goed bepalende kenmerk naargelang de soort van goederen bijvoorbeeld blijken uit de soort en aard van de stof of van de bestanddelen, uit hun omvang, hoeveelheid, gewicht, waarde of hun belang in verband met het gebruik ervan. 35 Wat producten als die van het hoofdgeding betreft, kunnen voor de bepaling van het wezenlijke karakter daarvan verschillende objectieve kenmerken en eigenschappen in aanmerking worden genomen. Zo moet in de eerste plaats worden vastgesteld dat de gedistilleerde alcohol niet alleen aan het totale volume van die producten maar ook aan het alcoholgehalte ervan meer bijdraagt dan de gegiste alcohol. 36 In de tweede plaats lijkt het noodzakelijk na te gaan of de bijzondere organoleptische eigenschappen van voornoemde producten, stroken met die van de in post 2208 van de GN ingedeelde producten. Volgens vaste rechtspraak kan immers de smaak een objectief kenmerk en een objectieve eigenschap van het product vormen (…). 37 Zoals dienaangaande reeds is opgemerkt, hebben producten als die van het hoofdgeding door de toevoeging van water en andere stoffen de smaak, de geur en het uiterlijk van een uit een bepaalde vrucht of bepaald natuurproduct vervaardigde drank, dat wil zeggen van een gegiste drank, verloren. De bijzondere organoleptische eigenschappen van voornoemde producten, die hun wezenlijke karakter bepalen, stroken dus met die van de in post 2208 van de GN ingedeelde producten. 38 In de laatste plaats zij eraan herinnerd dat de bestemming van het product een objectief indelingscriterium kan zijn, wanneer die bestemming inherent is aan het product; de inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (…). Vaststaat dat de objectieve kenmerken en eigenschappen van producten als die van het hoofdgeding, waaronder de vorm, de kleur en de handelsnaam, stroken met die van een gedistilleerde drank” 5.9. Het voorgaande samenvattend: post 2206 van de GN omvat dranken met gegiste alcohol waaraan (onder meer) gedistilleerde alcohol is toegevoegd, mits door deze toevoeging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.