Nr. 11/01808 Mr. Hofstee Zitting: 20 november 2012 Conclusie inzake: [Verzoekster = verdachte]
(1)5. Het tweede middel behelst de klacht dat het Hof ten onrechte althans ontoereikend gemotiveerd heeft bewezen verklaard dat verzoekster niet heeft voldaan aan een vordering, krachtens art. 3:18 APV Venlo gedaan, zulks terwijl dat artikel verbalisanten niet het recht gaf tot het uitspreken van een gebiedsverbod voor de avond en de nacht. 6. Ten laste van verzoekster heeft het Hof bewezen verklaard dat: "zij op 10 oktober 2007 in de gemeente Venlo, opzettelijk niet heeft voldaan aan een vordering, krachtens artikel 3:18 APV Venlo, gedaan door [verbalisant 1] hoofdagent van politie en [verbalisant 2] agent van politie, die belast waren met de uitoefening van enig toezicht en belast waren met het opsporen van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaren van haar hadden gevorderd dat verdachte weg moest gaan van de Kaldenkerkerweg en heden avond en heden nacht niet meer op de Kaldenkerkerweg te komen, geen gevolg gegeven aan die vordering." 7. Deze bewezenverklaring berust op de navolgende bewijsmiddelen: "1. Het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen (...), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 15 oktober 2007, ondertekend door [verbalisant 2] (agent) en [verbalisant 1] (hoofdagent) inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van eigen waarneming(
- en)en/of bevinding(
- en)van desbetreffende verbalisanten en/of een van hen: Op 10 oktober 2007 waren wij verbalisanten [verbalisant 1 en 2] belast met de districtelijke noodhulp in Venlo. We reden in opvallend dienstvoertuig en waren gekleed in politie-uniform. Op 10 oktober 2007 omstreeks 20:53 uur, reden wij over de Kaldenkerkerweg te Venlo. Ons verbalisanten is het ambtshalve bekend dat er (harddrugs verslaafde) straatprostituees 'tippelen' op deze weg. De prostituees zoeken contact met passanten en hebben hierna tegen betaling sex met deze 'klanten'. Op genoemde datum, tijd en locatie zagen wij verbalisanten de ons ambtshalve bekende [verdachte] tippelen op de Kaldenkerkerweg te Venlo. Wij verbalisanten hebben [verdachte] een proces-verbaal uitgeschreven voor straatprostitutie. We vorderden [verdachte] weg te gaan van de Kaldenkerkerweg en heden avond en heden nacht niet meer op de Kaldenkerkerweg te komen. Op 10 oktober 2007 omstreeks 22:30 uur kregen wij verbalisanten de melding van de Regionale Meldkamer Limburg-Noord, te gaan naar de Kaldenkerkerweg te Venlo. Aldaar zou volgens de melder een vrouwspersoon aan het tippelen zijn. Wij verbalisanten begaven ons ter plaatse en troffen daar bovengenoemde [verdachte] aan. Wij zagen dat [verdachte] een bestuurder van een personenauto aan sprak en weg liep van deze personenauto, toen ze ons in het dienstvoertuig aan zag komen rijden. Hierop hebben wij [verdachte] aangesproken en aangehouden in verband met het niet voldoen aan bevel of vordering. [verdachte] heeft geen gehoor gegeven aan de eerder medegedeelde vordering zich heden avond/nacht niet meer op de Kaldenkerkerweg te Venlo laten zien. 2. Het ambtsedig proces-verbaal (...), in de wettelijke vorm opgemaakt en op 30 januari 2008, ondertekend door [verbalisant 1] (hoofdagent) inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van eigen waarneming(
- en)en/of bevinding(
- en)van desbetreffende verbalisant: Verdachte [verdachte] werd als voornoemd op 10 oktober 2007, omstreeks 20:35 uur (het hof begrijpt: 20:53 uur), door mij en mijn collega [verbalisant 2], gevorderd de Kaldenkerkerweg te Venlo te verlaten. Deze vordering geschiedde op grond van artikel 3:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Venlo. Artikel 3:18 Straatprostitutie (3.2.6) 1. Het is verboden zich op of aan de weg of zichtbaar vanaf de weg door houding, woord, gebaar of op andere wijze, handelingen ter verrichten waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze worden verricht om klanten te werven voor prostitutie. 2. (...) 3. (...) 4. Een ambtenaar van politie kan degene die het in het eerste of tweede lid gestelde verbod overtreedt, gelasten zich onmiddellijk in en door hem aangegeven richting te verwijderen. 5. 3. De ter terechtzitting van dit hof afgelegde verklaring van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 16maart 2011, inhoudende zakelijk weergegeven: U, jongste raadsheer, vraagt mij of ik mijn verklaring kan toelichten dat ik [verdachte] ambtshalve kende. Ik heb drie jaar als agent in Venlo gewerkt. Ik ben in 2005 in Venlo begonnen met werken en ik ben er eind 2007 gestopt. Ik draaide regelmatig prostitutiediensten. De Kaldenkerkerweg is een bekende tippelweg. Dat is dé weg in Venlo om te tippelen. Wij kenden haar ambtshalve omdat zij zich vaak op voornoemde weg bevond. Voor het incident van 10 oktober 2007 heb ik haar een aantal keren op voornoemde weg gezien. Haar gezicht staat mij nog bij. Ik kende bijna alle prostituees die zich op de Kaldenkerkerweg bevonden. De ontmoetingen vonden vaak plaatsen op een plek die wij onder agenten "de afwerkplek" noemden." 8. Ik stel voorop dat op het in het middel aangevoerde punt ter terechtzitting van het Hof geen verweer is gevoerd, zodat het Hof mijns inziens niet gehouden was tot een nadere overweging dienaangaande. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof uit de gebezigde bewijsmiddelen geoordeeld dat verzoekster kennis heeft gekregen van de vordering weg te gaan van de Kaldenkerkerweg en daar die avond en nacht niet meer te komen, en dat zij opzettelijk aan die, haar meegedeelde, vordering geen gehoor heeft gegeven. Daarmee is de bewezenverklaring van het Hof voldoende met redenen omkleed, waarbij ik in aanmerking neem dat een redelijke uitleg van art. 3:18, vierde lid, (oud) APV gemeente Venlo met zich meebrengt dat de vordering niet alleen voor het moment zelf op die plek gold, maar dat het de verbalisanten vrijstond om daaraan ten aanzien van verzoekster een niet onredelijk lange tijdsduur, zoals de avond en de nacht, te verbinden.