Nr. 11/04473 Mr. Hofstee Zitting: 5 maart 2013 Conclusie inzake: [Verzoeker = verdachte]
(1)en dat op straffe van nietigheid binnen zestig dagen na deze datum - dat wil zeggen uiterlijk op 17 januari 2012 - de vereiste schriftuur bij de Hoge Raad kan worden ingediend. Aan deze termijnstelling heeft mr. Baumgardt voldaan. Ik meen daarom dat de voornoemde onjuistheid in de Mededeling betekening niet ten nadele van verzoeker mag strekken en dat er een grond aanwezig is die de formele overschrijding van de termijn verontschuldigbaar maakt, zodat verzoeker (toch) ontvankelijk kan worden verklaard in het cassatieberoep.
- Indien Uw Raad mij in mijn standpunt betreffende de ontvankelijkheid van verzoeker in het cassatieberoep kunt volgen, heeft het volgende te gelden.
- Het middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, behelst de klacht dat het Hof de strafoplegging onvoldoende met redenen heeft omkleed, nu het ten onrechte heeft overwogen ermee rekening te houden dat blijkens het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 3 maart 2011 verzoeker eerder ter zake van een strafbaar feit is veroordeeld en dat deze veroordeling verzoeker er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan.
- Ten laste van verzoeker heeft het Hof bewezen verklaard dat: "
- hij op 28 januari 2010 te Bathmen, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [betrokkene 1] (belastingdeurwaarder), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, op of aan de Arkelsteijnweg in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Vuile NSB-ers";
- hij op 28 januari 2010 te Bathmen, opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [betrokkene 2], autoberger, tegen de pols heeft gestompt/geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden;
- hij op 28 januari 2010 te Bathmen, opzettelijk beledigend [betrokkene 2] (autoberger), in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Vuile NSB-ers"."
- Voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, heeft het Hof de opgelegde straf als volgt gemotiveerd: "Strafmotivering (...). Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 3 maart 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder ter zake van een strafbaar feit is veroordeeld. Deze veroordeling heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan."
- Gezien het proces-verbaal terechtzitting in hoger beroep d.d. 19 april 2011 heeft verzoeker, voor zover hier relevant, het volgende verklaard: "De voorzitter stelt de persoonlijke omstandigheden van verdachte aan de orde, en maakt daarbij melding van een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 3 maart
- De verdachte verklaart - zakelijk weergegeven - : Mijn ex. heeft mij beschuldigd van huiselijk geweld. Deze vervelende periode is helaas nog niet voorbij. Er lopen nog steeds rechtszaken. In de zaak van februari 2009 is cassatie ingesteld. (...)"
- Het Uittreksel Justitiële Documentatie betreffende verzoeker van 3 maart 2011, waarnaar het Hof in zijn strafmotivering verwijst, valt uiteen in het hoofd "Gegevens betreffende afgedane rechtbankzaken" en het hoofd "Gegevens betreffende niet afgedane rechtbankzaken". Onder het eerstgenoemde hoofd is geen veroordeling ter zake van een strafbaar feit opgenomen. Het hoofd "Gegevens betreffende niet afgedane rechtbankzaken" houdt in: - Een niet-onherroepelijke veroordeling door de Politierechter in de Rechtbank te Almelo van 2 februari 2009 wegens belaging, meermalen gepleegd, waarbij aan verzoeker een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken is opgelegd. - Een veroordeling door het Gerechtshof Arnhem van 29 april 2008 wegens belaging, waarbij aan verzoeker een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken is opgelegd, met een proeftijd van 2 jaren, en een werkstraf van 70 uren subsidiair 35 dagen hechtenis. Het Uittreksel Justitiële Documentatie vermeldt dat de veroordeling op 29 juni 2010 onherroepelijk is geworden.
- Niet duidelijk is of het Hof in zijn strafmotivering het oog heeft gehad op beide veroordelingen dan wel op een van beide en, zo ja, op welke. Betreft het hier (mede) de veroordeling van de Politierechter van 2 februari 2009, dan heeft het Hof miskend dat deze veroordeling op het moment van het wijzen van zijn arrest niet onherroepelijk was. Indien het Hof (mede) op de veroordeling door het Arnhemse Hof d.d. 29 april 2008 heeft gedoeld, en dit acht ik niet onwaarschijnlijk, heeft het kennelijk over het hoofd gezien dat blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie deze veroordeling pas op 29 juni 2010 de status van onherroepelijkheid heeft verkregen en dus na het begaan van de onderhavige feiten op de pleegdatum van 28 januari
- Niet valt in te zien hoe verzoeker ten tijde van het begaan van de onderhavige feiten toen kon weten of weet had moeten hebben van een eerdere onherroepelijke veroordeling.
- Gelet op het vorengaande kan uit de stukken van het geding niet volgen dat verzoeker eerder ter zake van een strafbaar feit (onherroepelijk) is veroordeeld en dat deze veroordeling verzoeker er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw strafbare feiten te begaan, zodat in dit opzicht 's Hofs motivering van de straf niet begrijpelijk is.