Zaaknummer: 14/00023 mr. Wuisman Rolzitting: 28 februari 2014 CONCLUSIE inzake: [eiser], eiser tot cassatie, advocaat: mr. A.H.H. Vermeulen, tegen: de stichting STICHTING VREDEWOLD, verweerster in cassatie. 1Voorgeschiedenis 1.1 Verweerster in cassatie (hierna: Vredewold) exploiteert een verzorgingstehuis. Op 16 oktober 2009 was daar de moeder van eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) woonachtig en zij is daar tot haar overlijden op 8 april 2011 woonachtig gebleven. 1.2 Op 16 oktober 2009 heeft in het verzorgingstehuis een incident plaatsgevonden tussen [eiser] en een medewerkster van het verzorgingstehuis, nadat hij had vastgesteld dat na een korte vakantie van zijn moeder op haar kamer niet meer aanwezig waren een stoffer en blik, een afdekkleed van de scootmobiel en een hometrainer. Naar aanleiding daarvan heeft Vredewold bij brief van diezelfde datum aan [eiser] het volgende medegedeeld: “Wegens het uiten van dreigende taal, handtastelijkheid en gedwongen vasthouding van een medewerkster van (…) Vredewold is het niet meer mogelijk om u nog langer in ons verzorgingstehuis toe te laten. Wij verbieden u daarom vanaf heden de toegang tot 1 jaar in en om ons verzorgingstehuis (…). De politie en burgemeester zijn van ons besluit op de hoogte gebracht en er zal bij overtreding proces-verbaal tegen u worden opgemaakt wegens lokaalvredebreuk.” 1.3 Op vordering van [eiser] heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Groningen bij vonnis van 15 januari 2010 het door Vredewold aan [eiser] opgelegde lokaalverbod met ingang van 15 februari 2010 opgeheven. 1.4 In de onderhavige procedure vordert [eiser] dat voor recht wordt verklaard dat het door Vredewold op 16 oktober 2009 gegeven lokaalverbod onrechtmatig is geweest, alsmede dat Vredewold wordt veroordeeld tot het betalen van een in een schadestaatprocedure vast te stellen schadevergoeding. [eiser] heeft aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat Vredewold bij het opleggen van het lokaalverbod onzorgvuldig heeft gehandeld, onder meer omdat het verbod is gebaseerd op onjuiste feitelijke gronden en het verbod daarnaast gebrekkig en onjuist is gemotiveerd. 1.5 Bij vonnis van 8 augustus 2012 heeft de rechtbank Groningen de vorderingen van [eiser] afgewezen. Bij arrest van 17 september 2013 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd. 1.6 Het hof stelt voorop dat voldoende aannemelijk is dat [eiser] schade heeft geleden door het lokaalverbod, indien dat is gebaseerd op een onterechte beschuldiging. Dan kan er worden gesproken van aantasting van [eiser] in zijn eer en goede naam (rov. 2.11 en 2.12). Of er sprake is van een onterechte beschuldiging, hangt, aldus het hof, af van wat er op 16 oktober 2009 is gebeurd. [eiser] geeft een andere lezing van wat er op die dag is gebeurd dan Vredewold. Uit een door de betrokken medewerkster afgelegde schriftelijke verklaring valt naar het oordeel van het hof af te leiden dat [eiser] de medewerkster op de gang op luide toon heeft bevolen voor een nieuwe stoffer en blik van zijn moeder zorg te dragen, haar vervolgens in haar kantoor heeft opgezocht en zijn bevel heeft herhaald, geen gevolg heeft gegeven aan haar verzoek haar kantoor te verlaten, haar in een hoek van het kantoor heeft geduwd en haar op korte afstand heeft toegeschreeuwd, waarbij hij met opgeheven armen voor haar stond, vervolgens in het appartement van zijn moeder tekeer ging en, tenslotte, de medewerkster bij haar vest heeft gegrepen toen zij het appartement passeerde (rov. 2.16). In rov. 2.17 zet het hof uiteen dat het relaas van de medewerkster op relevante punten wordt ondersteund door de schriftelijke verklaringen van andere medewerkers van het tehuis, en in rov. 2.19 overweegt het hof dat ook door [eiser] in het kort geding naar voren gebrachte stellingen op cruciale onderdelen steun bieden aan de stellingen van Vredewold over hetgeen zich op 16 oktober 2009 heeft afgespeeld. 1.7 Het hof overweegt vervolgens in de rechtsoverwegingen 2.20 en 2.21 het volgende: “2.20 In het licht van de hiervoor besproken schriftelijke verklaringen van [betrokkene] en haar collega’s en van de oorspronkelijke eigen stellingen van [eiser] heeft [eiser] zijn nu ingenomen stellingen, dat hij niet heeft geschreeuwd naar [betrokkene], dat hij geen dreigende taal heeft gesproken en dat hij haar niet heeft vastgepakt volstrekt onvoldoende onderbouwd. Het hof acht het bepaald ongeloofwaardig dat [eiser], zoals hij stelt, [betrokkene] slechts (licht) heeft aangeraakt en dat toen haar vest langs één arm naar beneden gleed. Overigens was er voor [eiser] geen enkele gegronde reden om [betrokkene] ook maar aan te raken. Het hof acht het in het licht van alle verklaringen ook ongeloofwaardig dat [eiser], zoals hij stelt, niet met stemverheffing heeft gesproken. Dat het antwoord op de vraag of [eiser] dichtbij [betrokkene] heeft gestaan een kwestie van persoonlijke appreciatie is, zoals [eiser] stelt, heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd. [eiser] heeft niet aangegeven op welke afstand van [betrokkene] hij stond toen hij in haar kantoor zijn stem tegen haar verhief. Naar het oordeel van het hof ligt het alleszins voor de hand dat de medewerkers van Vredewold, en [betrokkene] in het bijzonder, zich door dit gedrag van [eiser] bedreigd en geïntimideerd hebben gevoeld. Indien [eiser] wil betogen dat zij zich ten onrechte bedreigd hebben gevoeld, heeft hij dat betoog onvoldoende onderbouwd. 2.21 Nu [eiser] zijn stellingen over de gebeurtenissen op 16 oktober 2009 in het licht van hetgeen door Vredewold is aangevoerd, onvoldoende heeft onderbouwd, is hij in zijn stelplicht tekort geschoten. Aan een bewijsopdracht komt het hof dan ook niet toe. Het door [eiser] gedane bewijsaanbod wordt om die reden gepasseerd.” 1.8 [eiser] is van het arrest van het hof bij exploot van 17 december 2013 en daarmee tijdig in cassatie gekomen onder aanvoering van één cassatiemiddel. 2Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.