Nr. 12/05550 Zitting: 3 juni 2014 Mr. Knigge Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft – na terugwijzing door de Hoge Raad – bij arrest van 22 november 2012 verdachte wegens “medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Voorts heeft het Hof enkele voorwerpen verbeurdverklaard en de teruggave aan verdachte gelast van voorwerpen, een en ander als in het arrest vermeld. 2. Tegen deze uitspraak is namens verdachte cassatieberoep ingesteld. 3. Namens verdachte hebben mr. B.P. de Boer en mr. D.N. de Jonge, beiden advocaat te Amsterdam, twee middelen van cassatie voorgesteld. 4Het eerste middel 4.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat verdachte wist dat de poedermengsels bestemd waren voor het bewerken van heroïne en cocaïne, niet uit de door het gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. 4.2. Ten laste van verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat: “hij op 13 juni 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken van een hoeveelheid heroïne en cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen, met zijn mededader; - ongeveer 10.022, 40 gram poedermengsel van paracetamol en cafeïne en - ongeveer 9.944,30 gram poedermengsel bevattende fenacetine voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededader wisten dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit.” 4.3. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Een proces-verbaal van 13 juni 2007, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (paragraaf 13 (handgenummerd) van het proces-verbaal van de KMar te Schiphol). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als bevindingen van voornoemde verbalisanten dan wel een of meer van hen: Op 13 juni 2007 werd door de coördinator Schipholteam informatie ontvangen die inhield dat op 13 juni 2007 twee mannen zouden uitreizen met de luchtvaartmaatschappij Vueling naar Madrid. Deze mannen waren genaamd [verdachte] (het hof begrijpt: [verdachte]) en [betrokkene] (hel hof begrijpt: [betrokkene]). Zij zouden vermoedelijk inwendig verdovende middelen uitvoeren. Uit onderzoek bleek dat voor vlucht [001] met bestemming Madrid bovengenoemde personen stonden geboekt, de vlucht zou vertrekken vanaf de luchthaven Schiphol, B-pier, gate 11, en dat deze personen al waren ingecheckt. Hierop zijn verbalisanten naar de B-pier gegaan nabij gate 11 van de luchthaven Schiphol gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. Ik, [verbalisant 1], zag daar een mij onbekende man in gezelschap van een mij eveneens onbekende man. Deze eerste man overhandigde mij een paspoort op naam van [verdachte] en een instapkaart voor vlucht [001]. Op de achterzijde was een tweetal claimtags geplakt voor vlucht [001] op naam van [betrokkene]. Vervolgens heb ik de tweede man gevraagd naar zijn paspoort en kreeg ik een identiteitsbewijs op naam van [betrokkene] en een instapkaart voor vlucht [001] op die naam. Hierop hebben wij, [verbalisant 1] en [verbalisant 2], [verdachte] aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet. Nadat wij ernaar vroegen verklaarde [verdachte] dat hij een koffer van het merk American Tourist had ingechecked op naam van [betrokkene], en dat hij samen met [betrokkene] reisde. Wij, [verbalisant 4] en [verbalisant 3], hebben [betrokkene] aangehouden als verdacht van overtreding van de Opiumwet, die ons desgevraagd verklaarde dat de vriend met wie hij samenreisde (het hof begrijpt: de verdachte [verdachte]) in het bezit was van de claimtag van de bagage. Hierna hebben wij, [verbalisant 1] en [verbalisant 2], twee koffers (het hof begrijpt: een zwarte rolkoffer van het merk "American Tourister" en een zwarte rolkoffer van het merk "Basic") die waren ingecheckt onder de naam van [betrokkene] inbeslaggenomen. 2. Een proces-verbaal van 13 juni 2007 opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (paragraaf 20 (handgenummerd) van het proces-verbaal van de KMar te Schiphol). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededelingen en bevindingen van voornoemde verbalisanten: Bij nader onderzoek van hetgeen bij de verdachte [betrokkene] (het hof begrijpt: op naam van [betrokkene] op 13 juni 2007 op de luchthaven Schiphol) was aangetroffen zagen wij een zwarte rolkoffer van het merk "Basic" welke volgens het aangebrachte naamlabel op naam stond van [betrokkene]. Na opening van de koffer zagen wij een blauw met witte tas met het opschrift Albert Heijn met daarin tien transparante zakken die wij hebben voorzien van de letters A tot en met J. Wij hebben de aangetroffen zakken gewogen en daarna uitgepakt. Wij zagen een licht- of donkerbruine poederachtige substantie. Het nettogewicht van de aangetroffen stof bedroeg in totaal 10.022,4 gram. Vervolgens nam ik, [verbalisant 6], tien representatieve monsters. Bij het District Koninklijke Marechaussee Schiphol te Schiphol zijn voornoemde monsters ingeschreven onder nummer 07-042905 A tot en met J. 3. Een geschrift, met het opschrift proces-verbaal, op 14 juni 2007 opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (paragraaf 21 (handgenummerd) van het proces-verbaal van de KMar te Schiphol). Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededelingen en bevindingen van voornoemde verbalisanten: Bij nader onderzoek van hetgeen bij de verdachte [verdachte] (het hof begrijpt: op 13 juni 2007 op de luchthaven Schiphol) was aangetroffen zagen wij een zwarte canvas koffer van het merk 'American Tourister" welke volgens het aangebrachte naamlabel op naam stond van [betrokkene]. Na opening van de koffer zagen wij een Lidl-tas met daarin tien transparante zakken met daarin wit poeder, welke zakken wij hebben voorzien van de letters A tot en met J. Wij hebben de aangetroffen zakken gewogen en daarna uitgepakt. Het nettogewicht van de aangetroffen stof bedroeg in totaal 9.944,3 gram. Vervolgens nam ik, [verbalisant 6], tien representatieve monsters. Bij het District Koninklijke Marechaussee Schiphol te Schiphol zijn voornoemde monsters ingeschreven onder nummer 07-042898 A tot en met J. 4. Een geschrift, gedateerd 22 juni 2007 met kenmerk A065.7.042905 A t/m J en met laboratoriumnummer 7761 X 07, opgemaakt door drs. M.M. Sarneel, hoofdscheikundige, verbonden aan het Douane Laboratorium te Amsterdam. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Aanvraag ingeboekt d.d. 14-06-07. Onderzocht product: 07-042905; 10 monsters. Bij onderzoek bevonden: Het materiaal werd onderzocht met behulp van microchemische reacties en met behulp van gaschromatografie met massaselectieve detectie. Hierbij werd vastgesteld dat het materiaal 07-042905 A t/m J paracetamol en caffeine (het hof begrijpt: cafeïne) bevatte. 5. Een geschrift, zijnde een rapport van 19 juni 2007 met kenmerk 07-042898 en met laboratoriumnummer 7762 X 07, opgemaakt door dr. B.N. Zegers, hoofdscheikundige bij het Douane Laboratorium van de Belastingdienst te Amsterdam, op de door hem of haar afgelegde eed als vast gerechtelijk deskundige. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Op 13 juni 2007 ontving ik in de zaak contra [verdachte] van verbalisant [verbalisant 6] van het District Koninklijke Marechaussee Schiphol 10 plastic zakjes genummerd 07-042898 A t/m J met daarin wit poeder. Onderzoek: Het materiaal werd onderzocht met behulp van microchemische reacties en met behulp van gaschromatografie met massaselectieve detectie. Conclusie: Het materiaal ad 07-042898 A t/m J bevat fenacetine. Fenacetine wordt gebruikt als versnijdingsmiddel voor cocaïne en mag sinds 1984 niet meer als geneesmiddel worden gebruikt vanwege de bijwerkingen. 6. Een geschrift, zijnde een faxbericht van 29 juni 2007, met kenmerk 2007.06.29.374, van ing. A.G.A. Sprong, verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie te Den Haag, aan mr. J. Patist van het arrondissementsparket te Haarlem. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als op 29 juni 2007 door voornoemde deskundige op de als vast gerechtelijk deskundige afgelegde belofte opgemaakte verklaring: Op de illegale drugsmarkt is de combinatie Coffeine en paracetamol, vermengd met kleurstof, een veel gezien versnijdingsmiddel voor heroïne. Fenacetine is een veel gezien versnijdingsmiddel voor cocaïne. 7. Een geschrift, zijnde een faxbericht van 3 juli 2007 van drs. M.M. Sarneel van het Douane Laboratorium te Amsterdam aan mr. Patist, officier van justitie te Haarlem, vestiging Schiphol. Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, onder het kopje "Boodschap" de volgende verklaring van voornoemde Sarneel: Hierbij verklaar ik dat caffeine (het hof begrijpt: cafeïne) en Coffeine dezelfde stoffen zijn. 8. Een proces-verbaal van 13 juni 2007, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 8] (paragraaf 10 (handgenummerd) van het proces-verbaal van de KMar te Schiphol). Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de verklaring van de verdachte: Ik ben op 11 juni 2007 in Nederland aangekomen. Ik kwam hier samen met mijn goede vriend [betrokkene]. Toen wij in Amsterdam op een terras zaten kwam daar een mijnheer bij ons zitten die vroeg of we op een gemakkelijke manier geld wilden verdienen. Hij stelde zich niet voor met een naam. Hij zei dat wij aanvullend voedsel moesten wegbrengen naar Gran Canaria. Ik vond dat wel vreemd. [betrokkene] en ik hebben gezegd dat wij dat wel wilden doen. Wij zouden daarvoor 500 euro per persoon krijgen. Daarna stelde die man zich voor als [A], [A] of [A]. Wij gaven hem onze naam en paspoortnummer en moesten op het terras waar wij zaten op hem wachten. Op een gegeven moment kwam hij weer naar ons toe en gaf ons de tickets, een simkaart, een plastic tas van Lidl en een zwarte koffer met daarin een blauw-witte tas. De reisroute zou zijn Amsterdam-Madrid-Lanzarote-Gran Canaria. Hoe wij terug zouden gaan weet ik niet. Ik zag dat er in de beide tassen plastic zakjes zaten met poeder, in de Lidl-tas met wit poeder en in de blauw-witte tas met bruin poeder. [betrokkene] stond erbij en heeft ook gezien wat er in de tassen zat. Die persoon zei ons dat wij gebeld zouden worden op de simkaart die wij hadden gekregen, wanneer wij op Gran Canaria waren aangekomen. Vanmorgen zijn wij naar Schiphol gegaan. Wij hebben onze bagage ingecheckt. De zwarte koffer met het opschrift "American Travel" (het hof begrijpt: American Tourister) hebben wij van die mijnheer in Amsterdam gekregen. In die koffer zat de plastic zak van de LIDL met het poeder In de koffer van [betrokkene] zat die blauw witte plastic tas met het bruine poeder. 9. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 25 september 2007. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven: Het is inderdaad zo dat ik samen met [betrokkene] bij de Bulldog in Amsterdam zat en dat [A] ons daar aansprak en vroeg of wij op een makkelijke manier geld wilden verdienen. Nadat ik had gezegd dat ik dat wel wilde doen, heeft [A] de tassen met daarin de zakjes naar ons toegebracht. Eigenlijk begreep ik al voordat ik werd aangehouden op het vliegveld dat ik een fout had gemaakt. Op het vliegveld was ik al gespannen. Het voelde gewoon ongemakkelijk.” 4.4. Het Hof heeft voorts nog het volgende overwogen: “De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit onder overlegging van pleitnotities. Hij heeft daartoe, kort gezegd, aangevoerd dat niet bewezen kan worden dat het poedermengsel van paracetamol en cafeïne en het poedermengsel met fenacetine, bestemd waren om als versnijdingsmiddelen in verdovende middelen te worden verwerkt, noch dat de verdachte wetenschap heeft gehad van die bestemming. De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot vrijspraak, nu naar haar oordeel niet kan worden bewezen dat de verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de poedermengsels die hij bij zich had bestemd waren voor gebruik als versnijdingsmiddel in verdovende middelen. Het hof overweegt als volgt. Bij de verdachte en zijn mededader is een grote hoeveelheid poedermengsel aangetroffen, ongeveer 20 kilogram. De desbetreffende stoffen plegen te worden gebruikt als versnijdingsmiddel voor cocaïne en heroïne. Gelet op de ongebruikelijke wijze van transport, te weten per passagiersvliegtuig als reisbagage verpakt in tassen en koffers, klaarblijkelijk bedoeld om het vervoer van die mengsels te verhullen of anderszins overheidscontroles te omzeilen, gaat het hof er van uit dat deze stoffen ook bestemd waren om als versnijdingsmiddel voor cocaïne en heroïne te dienen. Het hof is voorts van oordeel dat de verdachte en zijn mededader op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de poedermengsels een illegale/criminele bestemming hadden, zoals het versnijden van drugs, door onder genoemde omstandigheden voor een persoon die zij niet kenden en niet eerder hadden gezien, grote hoeveelheden poedermengsel naar een ander land te smokkelen, zonder de precieze inhoud van dat mengsel te weten. Dat de verdachte die aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard, leidt het hof onder andere af uit zijn verklaring ter terechtzitting in eerste aanleg - op 8 oktober 2007 - dat hij al voordat hij werd aangehouden op het vliegveld had begrepen dat hij een fout had gemaakt en dat hij toen al gespannen was en zich ongemakkelijk voelde. Desalniettemin is hij doorgegaan met waar hij mee bezig was. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.” 4.5. Het Hof heeft geoordeeld dat verdachte en zijn mededader op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat de poedermengsels die zij vervoerden een illegale/criminele bestemming hadden. Daarbij heeft het Hof in aanmerking genomen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.