14/00914 Mr. L. Timmerman Zitting 7 maart 2014 Conclusie inzake: [verzoeker], verzoeker tot cassatie, (hierna [verzoeker]). 1. De rechtbank Utrecht heeft in zijn vonnis van 13 december 2010 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoeker] uitgesproken. Een door de rechter-commissaris gedane voordracht tot tussentijdse beëindiging is afgewezen bij vonnis van 10 juni 2013 van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. De rechtbank bepaalde dat [verzoeker] niet alleen een nieuwe schuld en een boedelachterstand moest inlopen, maar ook aan de reguliere boedelafdrachtverplichting moest blijven voldoen. Bij vonnis van 10 december 2013 van dezelfde rechtbank is de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd zonder toekenning van de schone lei. De rechtbank was kort gezegd van oordeel dat sprake was van een boedeltekort en dat deze tekortkoming aan [verzoeker] kon worden toegerekend. 2 [verzoeker] heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en daarbij onder meer betoogd dat de rechtbank ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verlengen om hem in de gelegenheid te stellen het boedeltekort boedelachterstand in te lopen. Een mondelinge behandeling vond plaats op 3 februari 2014. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij arrest van 10 februari 2014 het bestreden vonnis bekrachtigd en daartoe voor zover thans van belang het volgende overwogen: “3.5 Omdat het ook bij het hof vast beleid is om bij verlenging van de looptijd van een schuldsaneringsregeling alle verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, waaronder in het bijzonder de boedelafdrachtverplichting, onverkort te handhaven, ziet het hof geen aanleiding om de looptijd van de regeling ten aanzien van [verzoeker] te verlengen, nu de boedelachterstand van ten minste circa € 3.500,- van dusdanige omvang is dat [verzoeker] niet in staat kan worden geacht deze uit het vrij te laten bedrag, zelfs niet binnen een maximale duur van de schuldsaneringsregeling van vijf jaar, in te lopen.” 3 Ter griffie van de Hoge Raad der Nederlanden is op 17 februari 2014 – derhalve tijdig – een cassatieverzoekschrift ingekomen gericht tegen voormeld arrest. Het cassatiemiddel bestaat uit één onderdeel dat zich keert tegen ’s hofs oordeel om de duur van de looptijd van de schuldsaneringsregeling niet te verlengen. Volgens het onderdeel heeft het hof miskend dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.