14/01449 Mr. L. Timmerman Zitting 11 april 2014 Conclusie inzake: [verzoekster], verzoekster tot cassatie, (hierna [verzoekster]). 1. De rechtbank Noord-Holland heeft bij vonnis van 24 december 2013 de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die op 21 oktober 2010 ten aanzien van [verzoekster] was uitgesproken, beëindigd zonder toekenning van de schone lei. Volgens de rechtbank was [verzoekster] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende informatieverplichtingen. [verzoekster] is hiervan in hoger beroep gekomen. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 11 maart 2014 het bestreden vonnis bekrachtigd en daartoe, voor zover thans van belang, het volgende overwogen: “2.4. Het hof is van oordeel dat [verzoekster] verwijtbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. [verzoekster] heeft de bewindvoerder niet tijdig van informatie voorzien omtrent haar persoonlijke en financiële situatie, waarvan zij behoorde te weten dat deze van belang is voor een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling. Zo heeft [verzoekster] verzuimd de bewindvoerder te informeren omtrent de bij beschikking van 10 juni 2013 door de ISD Kop van Noord-Holland aan haar toegekende aanvullende bijzondere bijstand van € 127,50 per maand als vergoeding voor reiskosten. Verder heeft [verzoekster] de bewindvoerder eerst na 11 december 2013, nadat deze zich had gewend tot de rechter-commissaris, voorzien van de salarisspecificatie over de maand september 2013, waaruit blijkt dat [verzoekster] een eindejaarsuitkering van € 300,40 is toegekend. Het hof is van oordeel dat [verzoekster] de informatieverplichting heeft geschonden. Van [verzoekster] mocht in het kader van de schuldsaneringsregeling immers worden gevergd dat zij uit eigener beweging tijdig alle relevante informatie omtrent haar situatie aan de bewindvoerder zou opgeven teneinde een effectieve uitvoering van deze regeling te bewerkstelligen. Het niet opgeven dan wel niet tijdig opgeven van inkomsten heeft voorts consequenties gehad voor de maandelijkse aflossingscapaciteit van [verzoekster], waardoor een boedelachterstand is ontstaan. Dat dit uiteindelijk niet heeft geleid tot benadeling van schuldeisers, nu [verzoekster] de boelachterstand inmiddels heeft ingelopen, maakt dit niet minder ernstig. Verder is gebleken dat [verzoekster] zich weinig gelegen laat liggen van de regels binnen de schuldsaneringsregeling. Zo is genoegzaam komen vast te staan dat zij zonder toestemming van de bewindvoerder en de rechter-commissaris een auto heeft aangeschaft, waarvan het gebruik en onderhoud kosten met zich brengen. Verder valt niet goed te begrijpen dat zij, ondanks daarop te zijn gewezen door de bewindvoerder, is doorgegaan met het deelnemen aan loterijen met alle kosten van dien. Nu verder ook uit eerdere verslagen van de bewindvoerder is gebleken dat de regeling niet soepel is verlopen en bij beschikking van de rechter-commissaris van 8 mei 2012 de looptijd van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] is verlengd met drie maanden - in verband met het door haar niet nakomen van de sollicitatieverplichting - heeft het hof er onvoldoende vertrouwen in dat [verzoekster] met (wederom) verlenging van de looptijd de schuldsaneringsregeling alsnog tot een goed einde zal brengen. Daarbij heeft het hof mede in aanmerking genomen dat AGIS twee vorderingen op [verzoekster] tracht te verhalen en [verzoekster] het hof niet ervan heeft overtuigd dat zij deze vorderingen, indien haar verweer rechtens wordt verworpen, zal (kunnen) betalen. Op grond van al het voorgaande ziet het hof aanleiding de schuldsaneringsregeling van [verzoekster] thans te beëindigen zonder toekenning van de schone lei.” 2 Op 18 maart 2014 en derhalve tijdig is namens [verzoekster] een cassatieverzoekschrift ingediend, waarin kort samengevat wordt betoogd dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.