14/01667 Mr. L. Timmerman Zitting 25 april 2014 Conclusie inzake: [verzoekster], verzoekster tot cassatie, (hierna [verzoekster]). 1. In deze schuldsaneringszaak heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 28 januari 2014 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [verzoekster] beëindigd zonder toekenning van de zogenoemde schone lei. In hoger beroep is deze beslissing bekrachtigd door het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 25 maart 2014. 2 Daartoe overwoog het hof kort gezegd dat [verzoekster] gedurende de schuldsaneringsregeling is tekortgeschoten in de nakoming van diverse uit die regeling voortvloeiende verplichtingen (rov. 2.12), waaronder de verplichtingen om tijdig en zowel gevraagd als ongevraagd de bewindvoerder van informatie te voorzien (rov. 2.13), ten minste viermaal per maand te solliciteren naar betaald werk in aanvulling op de door haar reeds verrichte werkzaamheden (rov. 2.14) en geen nieuwe (aanzienlijke) schulden (rov. 2.15) of een boedelachterstand te laten ontstaan (rov. 2.16). Volgens het hof zijn deze tekortkomingen [verzoekster] bovendien toe te rekenen, omdat zij zelf de verantwoordelijkheid draagt voor het welslagen van de schuldsaneringsregeling en om zo nodig de hulp van derden in te roepen, het niet aannemelijk is dat de psychische problemen daaraan in de weg stonden en zij de bewindvoerder tijdig van haar problemen op de hoogte had moeten brengen; onvoldoende aannemelijk is dat [verzoekster] haar problemen afdoende onder controle heeft gekregen, zodat er, ook bij een eventuele verlenging van de duur van de schuldsaneringsregeling, niet voldoende vertrouwen bestaat dat nakoming van de verplichtingen gewaarborgd is (rov. 2.17). 3 [verzoekster] heeft tegen dit arrest beroep in cassatie ingesteld. Het op 29 maart 2014 en derhalve tijdig ingekomen verzoekschrift omvat één onderdeel dat in essentie twee klachten aanvoert: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.