14/01732 Mr. L. Timmerman Zitting 16 mei 2014 Conclusie inzake: [verzoeker], verzoeker tot cassatie, (hierna: [verzoeker]), tegen mr. J.A.A. Boers, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [verzoeker], niet verschenen (hierna: de curator). Deze zaak betreft een bevel tot inbewaringstelling van de gefailleerde (art. 87 lid 1 Fw) wegens het niet nakomen van zijn informatieplicht (art. 105 Fw). 1Feiten en procesverloop 1.1 [verzoeker] is in staat van faillissement verklaard bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 11 juli 2013. In hoger beroep is deze beslissing bekrachtigd. Het hiertegen door [verzoeker] ingestelde cassatieberoep werd door de Hoge Raad afgedaan met toepassing van art. 81 lid 1 RO (HR 14 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:333). 1.2 Op verzoek van de curator d.d. 16 juli 2013 heeft dezelfde rechtbank bij beschikking van 17 juli 2013 bevolen dat [verzoeker] op grond van art. 87 Fw in verzekerde bewaring zal worden gesteld. Naar het oordeel van de rechtbank was [verzoeker] niet volgens afspraak op 16 juli 2014 op het kantoor van de curator verschenen en heeft hij zich daarmee onttrokken aan de wettelijke verplichting uit hoofde van art. 105 Fw om voor de curator te verschijnen en hem alle inlichtingen te verschaffen, zo dikwijls als hij daartoe wordt opgeroepen. 1.3 [verzoeker] is hiervan in hoger beroep gekomen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft bij beschikking van 20 februari 2014 de beslissing van de rechtbank bekrachtigd. Daartoe heeft het gerechtshof het volgende overwogen: “3.3 De rechtbank heeft bij haar beschikking van 17 juli 2013, gegeven in raadkamer op 27 juli 2013 bevolen dat [verzoeker] in verzekerde bewaring zal worden gesteld, omdat [verzoeker] niet is verschenen op de afspraak van 16 juli 2013 op het kantoor van de curator. [verzoeker] heeft zich achteraf voor die afspraak met een korte e-mail bij de curator afgemeld. Op grond van de houding van [verzoeker] en de ontvangen informatie betreffende de mogelijke betrokkenheid van [verzoeker] bij fraudezaken, houdt de curator er rekening mee dat [verzoeker] de afhandeling van zijn faillissement zal trachten te frustreren. De curator acht het op grond van zijn ervaringen met [verzoeker] niet zinvol om een nieuwe afspraak met hem te maken en evenmin om hem voor een verhoor door de rechter-commissaris op te vragen. 3.4 De in verzekerde bewaringstelling op grond van artikel 87 Fw strekt ertoe een dwangmiddel te bieden ingeval (gegronde vrees bestaat dat) de gefailleerde zijn wettelijke verplichtingen, waaronder de inlichtingenplicht van artikel 105 Fw, niet nakomt. Het hof heeft, mede in verband met het bepaalde in de artikelen 585 en volgende Rv en artikel 5 EVRM, te onderzoeken of er op basis van de huidige stand van zaken gronden aanwezig zijn die de inbewaringstelling, en daarmee een inbreuk op de persoonlijke vrijheid van de gefailleerde, rechtvaardigen. Daarbij moet het hof het recht op persoonlijke vrijheid van de gefailleerde afwegen tegen de bij de inbewaringstelling betrokken belangen. 3.5 Uit de stukken en tijdens de behandeling van het hoger beroep is gebleken, nu door of namens [verzoeker] de desbetreffende stelling van de curator niet dan wel onvoldoende gemotiveerd is bestreden, dat de curator op dit moment op een groot aantal punten nog (steeds) geen duidelijkheid heeft. Het hof heeft daarbij het oog op de in het e-mailbericht van 29 november 2013 van de curator aan [verzoeker] genoemde feiten en stukken, te weten: - aangiften inkomstenbelasting en premieheffingen 2008 tot en met 2012; - opgave van welke werkgevers, in welke perioden vanaf 2008 tot en met 2012 managementfee's en/of salaris op basis van arbeidsovereenkomsten is ontvangen; - opgave van het verzamelinkomen van € 119.000,- (afgeleid uit een opgave d.d. 13 september 2011, waarvan slechts de pagina's 5, 6 en 7 door de curator zijn ontvangen) en de opgave waar dat geld is gebleven; - opgave waar het inkomen uit dienstbetrekking in 2008 ad € 333.475,- is gebleven; - betalingsbewijzen inzake de geldvordering van [betrokkene 1] op [verzoeker]; - alle gegevens met betrekking tot Hereus Investments Nederland BV, SGM Beheermaatschappij BV, Technic Investment BV, Techval BV, McArthur Robertson Investments Ltd en PowerNoc International Ltd; - de exacte woon- en verblijfplaats van [verzoeker]; - opgave van huidige bron van inkomsten; - opgave van inventaris; - bankafschriften van alle bankrekeningen ten name van [verzoeker], dan wel bankrekeningen, waarop hij gemachtigd is geweest, over de afgelopen 5 jaren; -opgave van auto's, kasgelden, in het bezit zijnde aandelen, obligaties, kluizen, creditcards, bankpassen, cheques, kunstwerken, sieraden, debiteuren, intellectuele eigendomsrechten, direct en/of indirecte deelnemingen in vennootschappen, huurovereenkomst, alle lopende verzekeringen inclusief polissen, opengevallen erfenissen, levensverzekeringen, lopende procedures, alles onder overlegging van bewijsstukken ter zake; - opgave van alle tot nu toe bekende schuldeisers met NAW-gegevens en opgaven uit hoofde waarvan die vorderingen bestaan; - kopie huurovereenkomst over de periode december 2010 tot juni 2012 tussen [verzoeker] en [betrokkene 2] inzake het appartement te Noordwijk aan de [a-straat 1]; - kopie samenwerkingsovereenkomst met geheimhoudingsverklaring tussen [betrokkene 2] voornoemd en [verzoeker] betreffende het zakelijke project in Zuid-Spanje; - vorderingen op derden; - onroerende zaken, waarvan [verzoeker] direct of indirect eigenaar is. Dat de op de door mr. Dietz de Loos bij fax van 11 februari 2014 in het geding gebrachte lijst genoemde emails en stukken allemaal vóór 29 november 2013 al in het bezit van de curator waren en dus niet kunnen worden aangemerkt als antwoord op het verzoek om inlichtingen van laatstgenoemde datum, heeft [verzoeker] ter zitting niet betwist. 3.6 Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat [verzoeker] tot op de dag van de mondelinge behandeling in hoger beroep nog steeds niet voor de curator is verschenen om de gewenste informatie te verstrekken, en dat [verzoeker] op de vragen die de curator (ook) op en na 29 november 2013 heeft gesteld niet, dan wel onvoldoende heeft geantwoord. Het hof is met de curator van oordeel dat communicatie via Skype op zichzelf wellicht nuttig kan zijn voor (aanvullende) informatievoorziening, maar niet kan worden aangemerkt als adequaat alternatief voor een eerste gesprek tussen de curator en [verzoeker], noch gebruikt kan worden voor het overleggen van de gevraagde bescheiden. Daarvoor is in beginsel persoonlijk contact tussen de curator en [verzoeker] noodzakelijk. Naar het oordeel van het hof heeft [verzoeker] zijn stelling dat sprake is van bijzondere omstandigheden die het voor hem onmogelijk maken om op de uitnodiging van de curator om persoonlijk voor hem te verschijnen in te gaan, zoals medische beperkingen of gevaar voor verlies van zijn verblijfstatus in zijn huidige woon- of verblijfplaats, niet, dan wel onvoldoende aannemelijk gemaakt. 3.7 De omvang van de voor de curator verzwegen gegevens en de aard van de door de curator verlangde inlichtingen (waarvan [verzoeker] redelijkerwijs kan begrijpen dat deze informatie voor de boedel van groot belang
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.