Nr. 13/00993 Zitting: 1 april 2014 Mr. Vellinga Conclusie inzake: [verdachte]
(9251). d.d. 25 maart 2010 pagina 56 t/m 59: (…) Op donderdag, 25 maart 2010, omstreeks 02:10 uur, zag verbalisant 4439 dat er een grote doos uit de huif van de oplegger getild werd. Verbalisant 4439 zag dat NN2 en NN3 de doos die door NN1 aangegeven werd aanpakten. Verbalisant 4439 zag dat NN2 en NN3 samen met deze doos in de richting van de eerder genoemde vrachtauto voorzien van het opschrift "Kringloop" liepen. Verbalisant 4439 zag die dag omstreeks 02:12 uur dat een soortgelijke doos ook uit de oplegger werd getild en door NN1 en NN2 in de richting van de eerder genoemde vrachtauto werd gebracht. Op donderdag 25 maart 2010 omstreeks 02:18 uur zag verbalisant 4439 dat een derde soortgelijke doos klaargezet werd aan de rand van de oplegger. Deze doos stond klaar om aangepakt te worden.(…).”
- Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat de verdachte door drie dozen uit de oplegger te tillen en met twee van deze dozen in de richting van de vrachtauto te lopen zich een zodanige feitelijke heerschappij over de goederen heeft verschaft dat de wegneming daarvan - in de zin van art. 310 Sr - was voltooid. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en in het licht van de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen toereikend gemotiveerd. Weliswaar is – anders dan in het geval dat ten grondslag lag aan het in de toelichting op het middel genoemde HR 22 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP2627 - niet vast komen te staan dat de goederen in de vrachtauto waren geplaatst, maar daar staat tegenover dat de goederen niet – zoals in bedoeld geval – op een terrein stonden maar zich bevonden in een oplegger die is opengebroken om de goederen te kunnen wegnemen, en die daaruit daadwerkelijk zijn weggenomen.
- Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
- Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Vgl. o.a. EHRM 15 december 2011, NJ 2012, 283, m.nt. T.M. Schalken en A.E. Alkema, EHRC 2012, 65, m.nt. Spronken (Al-Khawaja and Tahery vs. the United Kingdom), par. 144.