Nr. 14/03316 Zitting: 16 juni 2015 Mr. Aben Conclusie inzake: [verdachte] 1. Het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, heeft bij arrest van 11 juni 2014 de verdachte ter zake van “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel onder B van de Opiumwet gegeven verbod” en “mishandeling, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, onder aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. 2. Door de verdachte is cassatie ingesteld. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie. 3. Het middel klaagt over het onder 1 bewezenverklaarde medeplegen (van het opzettelijk telen van hennep). 4. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat: “1. hij in de periode van 12 januari 2010 en 25 mei 2010 te Assen tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan [a-straat 1] te Assen) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 212 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.” 5. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Het in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakte proces-verbaal (pagina 34 e.v. van het proces-verbaal met nummer PL031S 2010063956), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : Op 25 mei 2010 om 12:43 uur heeft er een doorzoeking plaats gevonden in de woning gelegen aan de [a-straat 1] te Assen in het kader van de Wet Wapens en Munitie en de Opiumwet. Dit naar aanleiding van een aangifte van huiselijk geweld. De aangeefster [betrokkene 1] , verklaarde dat de verdachte [verdachte] haar een pistool tegen haar hoofd had gezet. Tevens was er informatie dat er een hennepkwekerij van [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte, [verdachte] ) in de woning bevond. Dit had de aangeefster tegen de collega's [verbalisant 2] en [verbalisant 3] op 13 mei 2010 verteld (PV nr. 2010029008-2). Op zolder werd een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De volgende gegevens gekregen van Enexis: [a-straat 1] te Assen: Contractant [verdachte] , M, [geboortedatum] .1971, sinds 23.06.09. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat er op zolder van de woning een hennepkwekerij was ingericht. Ik zag dat men bezig was geweest om hennep in de hennepkwekerij te oogsten. Ik zag dat de kweekruimte een afmeting van ongeveer 5 bij 7 meter had. Op de grond stonden er in totaal 212 zwarte plastic bloempotten, met daarin in totaal 212 hennepplanten met een gemiddelde hoogte van ongeveer 50 a 60 cm. In beslag werd genomen: 212 vrouwelijke hennepplanten. 2. Het in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakte proces-verbaal (pagina 50 van het proces-verbaal met nummer 2010013299 / 2010029008), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisant [verbalisant 1] : Het testmateriaal maakt deel uit van een hoeveelheid van 212 volgroeide hennepplanten uit de hennepkwekerij in de woning aan de [a-straat 1] te Assen. De kleuromslag, na het in contact brengen met het testmateriaal in de testampul, ging over van kleur helder grijs naar helder rood. Dit is een indicatie voor het Opiumwetmiddel cannabis/hennep, als vermeld op de lijst II van de Opiumwet. 3. Het in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar opgemaakte proces-verbaal (pagina 68 e.v. van het proces-verbaal met nummer PL031S 2010029008- 44), voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van verdachte: V: Omschrijf de derde verdieping van de woning [a-straat 1] in Assen eens? A: Er zat een wietplantage en er zou de eerste keer geoogst worden. En [betrokkene 1] zou een gedeelte van het geld krijgen. Ik denk de helft maar dat weet ik niet precies. Ze had een gedeelte van het geld verwacht van deze oogst. A: Ik heb de personen geregeld die de wietplantage gemaakt hebben. V: Laten we twee weken voor nemen en eind mei 2010 ben je opgepakt. A: Volgens mij waren ze toen al klaar. De oogst was zo een beetje klaar. V: Hoe weetje dat? A: Ze zeiden dat het ongeveer 8, 9 weken zou duren. V: Zolang heeft die er wel in gezeten? A: Ja wel 8 weken. Vanaf toen was de deur op slot. V: Dus halverwege februari is die aangelegd? A: Nou reken uit. V: Dat doe ik, halverwege mei tellen we drie maanden terug, dat is februari. A: Nou 8, 9 weken voor een oogst, misschien tien. En dan nog twee week voor het bouwen of zo. V: Waarom zouden die mensen dat geld aan jou geven? A: Omdat ik mensen heb geregeld die voor haar de plantage hebben gemaakt. Ik stond er tussenin. V: Dus de betaling zou ze krijgen via jou? A: Ja. A: Ik ben wel op zolder geweest en in het hok voor de plantage. Op 20 september 2010 werd de verdachte [betrokkene 2] gehoord en verklaarde: De woning aan de [a-straat 1] te Assen heb ik vanaf 11 april 2008 gehuurd. Ik heb de woning begin 2009 gemeubileerd aan [betrokkene 1] verhuurd.” 6. Het hoger beroep is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 28 mei 2014. Het proces-verbaal van deze terechtzitting houdt - voor zover hier van belang - het volgende in: “(…) Verdachte verklaart op vragen van de voorzitter - zakelijk weergegeven: lk weet dat er een hennepplantage in de woning van mijn ex-vriendin [betrokkene 1] is aangetroffen, maar ik heb er niets mee te maken. Nee, ik heb daar in die tijd niet gewoond. Ik was er wel eens omdat [betrokkene 1] er woonde. Ik heb er misschien wel ingeschreven gestaan, maar dat zegt tegenwoordig toch niets? Ik weet niet meer wat de reden was om mij daar in te schrijven. Die periode heb ik achter mij gelaten. Mijn kinderen sliepen daar inderdaad ook in die tijd. Er kwamen meerdere mensen over de vloer. De buren hebben dat ook verklaard. Het zou kunnen dat de elektriciteit op mijn naam stond. Ik heb geen bemoeienis gehad met de kwekerij. Als dat anders staat vermeld in mijn verklaring bij de politie, dan heeft de politie mijn verklaring verkeerd genoteerd. Als ik zou weten dat er een hennepkwekerij aanwezig was en de aansluiting voor elektriciteit op mijn naam zou laten zetten, dan is dat toch niet slim? [betrokkene 1] zat in de prostitutie. Ik stond in die tijd ingeschreven op de [b-straat] te Groningen. Ik heb geen contact meer met [betrokkene 1] . Zij is spoorloos. Ik vind het ook zo vreemd dat ik in 2010 verhoord ben en er vervolgens nooit meer wat van hoorde. Twee jaar later, toen de zaak van [betrokkene 2] erbij kwam, werd er ineens wel wat mee gedaan. Als er beter onderzoek was gedaan, had [betrokkene 1] gehoord kunnen worden. Ik heb niets te maken met de hennepkwekerij en ook niet met de diefstal van elektriciteit. (…) De raadsman voert het woord tot verdediging - zakelijk weergegeven: Ik verzoek uw hof cliënt vrij te spreken van de feiten 1, 2 en 3. Aan die feiten heeft hij zich niet schuldig gemaakt, ook niet als medepleger. Er zijn veel aanknopingspunten in het dossier te vinden dat cliënt niet betrokken was bij de hennepkwekerij. De hennepplantage was van [betrokkene 1] . Zij wilde uit de prostitutie en dacht door middel van de hennepkwekerij op eenvoudige wijze inkomsten te kunnen genereren. Feit 1 had eerder berecht moeten worden. Als de berechting eerder had plaatsgevonden had [betrokkene 1] gehoord kunnen worden. Er is hooguit sprake van medeplichtigheid als het gaat om feit 1. (…)” 7. Voorts heeft het hof ten aanzien van de bewezenverklaring nog het volgende overwogen: “Bewijsverweren feit 1 Door en namens verdachte is vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Het hof is van oordeel dat het gevoerde verweer wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, met name door verdachtes verklaring bij de politie afgelegd op 7 juni 2010, omstreeks 13.02 uur. Hieruit komt naar voren dat verdachte de mensen geregeld heeft die voor zijn toenmalige vriendin de plantage hebben aangelegd en dat de betaling voor de hennepplantage aan verdachtes toenmalige vriendin via verdachte liep.” 8. In de toelichting klaagt het middel dat het hof op basis van de bewijsmiddelen niet heeft kunnen oordelen dat de verdachte zodanig bewust en nauw heeft samengewerkt dat er van medeplegen kan worden gesproken. De door het hof in zijn nadere bewijsoverweging aangehaalde omstandigheden dat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.