15/01852 Mr. L. Timmerman Zitting 12 juni 2015 Conclusie inzake: [verzoeker], verzoeker tot cassatie (hierna: [verzoeker]). 1. Procesverloop 1.1 De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft bij vonnis van 24 februari 2015 de toepassing van de schuldsaneringsregeling, die op 8 december 2011 ten aanzien van [verzoeker] was uitgesproken, beëindigd zonder toekenning van de zogenoemde schone lei, omdat [verzoeker] toerekenbaar zou zijn tekortgeschoten in de nakoming van zijn informatieverplichting, de verplichting om geen bovenmatige schulden te laten ontstaan, en de afdrachtplicht (rov. 3.5 t/m 3.7). 1.2 In het hiertegen door [verzoeker] ingestelde hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 9 april 2015 het bestreden vonnis bekrachtigd. Daartoe heeft het hof kort gezegd overwogen dat [verzoeker] zich structureel niet heeft gehouden aan de aan hem in het kader van de schuldsaneringsregeling opgelegde informatieplicht (rov. 3.7.2) en vanaf maart 2014 geen boedelafdrachten meer heeft gedaan en evenmin een concreet plan van aanpak heeft overgelegd om de boedelachterstand in te lopen, indien de termijn van de schuldsaneringsregeling zou worden verlengd (rov. 3.7.3). Hierin zag het hof duidelijke aanwijzingen dat het bij [verzoeker] aan de van hem te vergen medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling heeft ontbroken, en zag het hof geen aanleiding om op de voet van art. 354 lid 2 Fw te bepalen dat deze tekortkomingen gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis buiten beschouwing blijft (rov. 3.7.4). 1.3 [verzoeker] heeft met een op 17 april 2015 ter griffie van de Hoge Raad der Nederlanden en derhalve tijdig ingekomen verzoekschrift beroep in cassatie tegen het arrest van 9 april 2015 ingesteld. 2. Bespreking van het cassatiemiddel 2.1 Het cassatiemiddel omvat één onderdeel. Daarin ontwaar ik twee klachten. Volgens [verzoeker] heeft het hof (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.