Nr. 14/00665 P Zitting: 9 juni 2015 Mr. Hofstee Conclusie inzake: [betrokkene]
- Het Gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 22 januari 2014 het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op € 901.995,29 en, na aftrek van € 15.000,00 wegens overschrijding van de redelijke termijn, aan de betrokkene ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van afgerond € 886.900,
- Namens de betrokkene heeft mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
- Het middel klaagt dat het Hof het wederrechtelijk verkregen voordeel, en daarmee de opgelegde betalingsverplichting, door een optelfout heeft vastgesteld op een te hoog bedrag.
- De bestreden uitspraak houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, in: “ Andere uitgaven Auto's f430.230,61 Meubelen f 80.555.89 Elektrische apparaten f 15.220,01 Vakanties f 53.109,00 Kosten m.b.t. panden f 8.271,74 Telefoonkosten f 18.107,69 Verzekeringen f 45.917,22 Sieraden f236.320,00 Luxemburg f560.000,00 Overig f 47.319,53 Totaal f 1.658.021,78 ”
- Het middel klaagt terecht dat het totaal van de onder het kopje “Andere uitgaven” genoemde bedragen niet f 1.658.021,78 bedraagt, maar f 1.495.051,
- De Hoge Raad kan zelf het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de betalingsverplichting verminderen met het verschil tussen beide bedragen, te weten een bedrag van € 73.952,60 (f 162.970,09 : 2,20371). Dat betekent dat het bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op € 828.042,69 en de betalingsverplichting op € 828.042,69 - € 15.000 = € 813.000 (afgerond).
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel en van de opgelegde betalingsverplichting, en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG Deze zaak hangt samen met de zaak met griffienummer 14/00666P waarin ik vandaag eveneens zal concluderen. Ik heb - aan de hand van het sfo-rapport - de beslissing in eerste aanleg en de overwegingen van het Hof in de bestreden uitspraak gecontroleerd of het totaalbedrag niet toch zou kunnen kloppen door een eventueel foutieve vermelding van een bedrag ergens anders. Dat bleek echter niet het geval. Het bedrag dat door het Hof in mindering is gebracht vanwege de overschrijding van de redelijke termijn.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.